Druk, druk, druk

Druk, druk, druk

Als je een blog of column schrijft (deze is ook te lezen in de MBO Krant van februari 2019), heb je de vrijheid om je eigen mening te geven en hoef je je niet (altijd, geheel) te conformeren aan de regels van een organisatie. Je hoeft je er ook niet volledig tegen te verzetten of een organisatie bewust in een kwaad daglicht te stellen (zoals wel eens gebeurt in de columns van grote en landelijke dagbladen). En dat ik mijn eigen mening kan delen scheelt wel in het geval van de staking, die gepland staat voor maart 2019.

Ik kreeg daar over te lezen in de MBO Today (https://mbo-today.nl/) en verbaasde me in eerste instantie. Het MBO zou deelnemen aan de stakingen! Nu ben ik geen lid van de AOB (meer), maar mijn eigen vakbond heeft me daar ook niet toe opgeroepen. En ik dacht eigenlijk meteen: hoezo? Ik zal de laatste zijn die je hoort klagen over de salarissen in het MBO onderwijs, maar kan en wil niet spreken voor anderen en al helemaal niet voor het basisonderwijs. Ik heb me er niet in verdiept (en ga het ook niet doen), maar er zou best een verschil kunnen zijn. Net zo goed als er een verschil is tussen MBO en het HBO (waarvan ik het verschil overigens klein vind).

De verbazing was ook omdat ik, in mijn eigen opleiding (Verzorgende IG, niveau 3, MBO) mensen (mede) klaar stoom voor een omgeving waarin ze zich ‘het snot voor de ogen werken’ tegen een salaris waar men in het onderwijs niet eens voor naar school zou rijden. En dan kan je zeggen dat het een salaris is, conform het opleidingsniveau, maar dat slaat maar deels ergens op natuurlijk. Het feit dat iemand meer cognitieve capaciteiten (en misschien andere genen) heeft, zodat ‘ie door kan studeren, wil niet zeggen dat iemand zoveel harder werkt en met meer ‘hart voor de zaak’.

En die studenten van ons komen terecht in een werkomgeving waar staken misschien best een goed middel zou kunnen zijn om de salarissen omhoog te krijgen en de enorme werkdruk naar beneden. Maar gebeurt dat? Nee! Gebeurt dat ‘op afspraak’? Nee! Gebeurt dat in alle geledingen (van de huiskamerassistent tot de hartchirurg in het ziekenhuis) van de zorg? Nee! Maar we worden wel opgeroepen om van basisschool tot universiteit te gaan staken. Omdat er ergens in het onderwijs dingen niet goed gaan met werkdruk en salaris.

Persoonlijk zou ik het niet eens over mijn hart kunnen verkrijgen om mijn werk neer te leggen, zodat ik een dag niet ‘mijn studenten’ kan ondersteunen bij het ontwikkelen van hun beroepsvaardigheden, terwijl zij terecht komen in een zware taak, zonder mogelijkheden van een staking. Maar misschien is het een idee om dat staken te doen in de zorg en onderwijs tegelijkBro. Een dag geen onderwijs, maar een dag werken in de zorg. Dan kunnen die verzorgenden en verpleegkundigen in de intramurale zorg een dag staken. Symbolisch, want de taken worden overgenomen. Dan zijn er twee stakingen die dag, maar gaat de zorg wel door. Een idee?

Advertenties

Paarse krokodil

Paarse krokodil

Ik weet het, geen pakkende titel, maar wel een bekend fenomeen tegenwoordig. En ik vind het een goed idee om het uit te dragen dat deze vorm van amfibie zou moeten uitsterven. Ik geloof niet dat ik hiermee het Wereld Natuurfonds op mijn dak ga krijgen, maar mogelijk krijgt het wat bijval.

Deze week werd ik geattendeerd op een ‘paarse krokodil bericht’ van een huisarts die het doorverwijzen van een patiënt op zo’n bureaucratische onzin vond lijken. Hij ging een stempel gebruiken. Van een paarse krokodil. Ik vond het hilarisch. Heb er direct een besteld. Voor degenen die nu al denken: dat wil ik ook. Nou, hier is het adres waar ik ‘m heb aangeschaft: https://www.liefhebberen.nl/

Terug naar het terugdringen van bureaucratie. Ik heb ook meteen besloten om een van mijn handtekeningen in Outlook (ik gebruik er nu totaal drie, een voor de dagelijkse gang van zaken, een als docent-onderzoeker en nu ook de krokodil voor overbodige mail) en ga het ook gebruiken onder, in mijn ogen overbodig bureaucratische, formulieren die ik moet ondertekenen.

En dan word ik vanochtend ineens geconfronteerd met de totaal andere kant ervan! Een student heeft het moeilijk (gehad), met onder andere zijn enorme faalangst voor examens in de beroepspraktijk. Gesprekken en afspraken verder krijg ik een mail van zijn begeleider: ze hebben hem een week vakantie gegeven om op kracht te komen. Hij kan zijn stage verlengen en ze hebben hem op een andere, nieuwe afdeling gekoppeld aan een nieuwe begeleider. Allemaal om zijn kansen te vergroten, om  hem sterker te maken voor het werkveld. En dat allemaal gewoon zo. Geen bureaucratische onzin van formulieren en moeilijke afspraken. Maar gewoon zonder die paarse krokodil. Het kan dus best!

En dat kan op veel plaatsen en manieren ook. Er is ruimte in de regels, het hoeft niet allemaal dichtgetimmerd met bureaucratische rompslomp. Want anders krijg je een reactie zoals een student deze week gaf: “docenten en teams moeten er gewoon iemand bijkrijgen die voor hun die enorme berg administratie doen, zodat zij toekomen aan wat ze moeten doen, namelijk ons begeleiden in ons leerproces”. Dat was een mooie reactie, tijdens een focusgesprek met o.a. een aantal teamleiders en docenten. Van twee ROC’s en verschillende opleidingen. Zo verspreidt je dus ook een boodschap. Niet alleen door het schrijven van een blog, in de hoop dat iemand het leest en aan de haal gaat met dat vervloekte beest. Weg met de paarse krokodil!

De kracht van de werkelijkheid

De kracht van de werkelijkheid

Toen de titel getypt werd, was al wel duidelijk wat de inhoud zou gaan worden, maar toch kwam ‘ie erg filosofisch over. En dat dekt niet persé de inhoud. Die gaat namelijk niet over filosofische beschouwingen over de werkelijkheid. Dus geen overdenkingen als die van Plato, geen overpeinzingen over een waarneembare en ideële werkelijkheid. Nee, de werkelijkheid die gepresenteerd werd aan mijn studenten.

Die is krachtig, als middel om het werk te leren kennen waar ze voor studeren. Die is krachtig om hen te laten zien wat er ‘nog meer te halen is uit het leven’. En dat dankzij een opdracht die ze meenamen tijdens een bezoek aan de praktijk van de zorgverlening aan mensen met Niet Aangeboren Hersenletsel (NAH).

In deze blog wil ik ook ‘mijn gastdocent’, Gijs van den Brink, (nogmaals) bedanken voor zijn bijdrage aan het leveren van deze krachtige werkelijkheid. Gijs heeft namelijk NAH en is cliënt van een grote zorgorganisatie en woont sinds enkele jaren op Het Dorp (in Arnhem). Daar woont hij, maar werkt hij ook in allerlei rollen, taken en functies. Met studenten bezoek ik Gijs.

De studenten krijgen de opdracht om, vooraf, vragen op te stellen die ze zouden willen vragen aan Gijs. Vragen die gerelateerd zijn aan NAH en aan de Vier Domeinen van Verantwoorde Zorg (voor de lezers die niet uit de zorg komen, dat is een model om op methodische wijze gegevens te verzamelen over een persoon en diens leven). Op zich is dat al lastig voor de (tweede leerjaar, Verzorgende IG) studenten. Maar dan moeten ze die vragen ook nog echt gaan stellen aan een persoon met NAH, zijnde Gijs.

En dan komt de kracht van de werkelijkheid tot volle wasdom: dan stappen ze in de wereld van iemand met NAH. Letterlijk, want ze bezoeken zijn woonomgeving. Maken hem mee in de omgeving waarin hij zich veilig voelt en waar hij ‘thuis is’. Ze spreken en zien hem in zijn eigen appartement. In zijn werkelijkheid. De werkelijkheid van iemand die andere mogelijkheden heeft als zij zelf. Maar die tot een aantal jaren geleden dezelfde mogelijkheden had (misschien iets meer, Gijs is hoog opgeleid), maar die door zijn hersenbloeding mogelijkheden heeft ingeleverd (zoals staan, lopen, etc.).

En dan krijg je verslagen onder ogen met opmerkingen als: “Ik vind dit een geweldige ervaring”, “Ik vond het erg leerzaam!” en “Ik heb het gesprek met Gijs als heel indrukwekkend en leuk ervaren”.

En dat is krachtig. Het drukt jonge studenten met de neus op de feiten. Ze leren hoe iemand omgaat met verlies, met beperkingen in het bestaan. Maar ze leren ook hoe het is om te ‘leren met vallen en opstaan’. Hoe het leven anders kan lopen en hoe je er toch alles uit probeert te halen. Een levensles, naast opdoen van kennis en het communiceren met iemand die lichamelijke beperkingen heeft. Power!

God Jul!

God Jul!

Binnenkort zijn wij, in het onderwijs, weer gezegend. En wel met twee hele weken vakantie. Om, onder andere, de kerstdagen door te brengen met familie aan feestelijke maaltijden. En om het nieuwe jaar te begroeten.

Dat is ook het moment waarop je terugkijkt en mensen wilt bedanken. En dat doe ik dan, in de vorm van deze blog. En heb ik al gedaan, in een ander schrijfsel. En aangezien herhaling kracht in zich meedraagt, gebruik ik dezelfde tekst gewoon opnieuw. Dat mag, als het je eigen teksten zijn.

In het onderwijs maak ik dankbaar gebruik van deskundigen, ervaringsdeskundigen op allerlei vlak. Meestal is dat wel een raakvlak, met het onderwijs dat ik verzorg. Zo ga ik bijvoorbeeld met lesgroepen naar het begraafpark Moscowa in Arnhem en daar worden we zeer gastvrij ontvangen. Door de manager, André. Dank je! En bij zijn achterburen, Uitvaartcentrum Dela, zijn we ook vaak welkom. Ingrid bedankt!

Ook werk ik vaker samen met mensen van de zorgorganisatie Siza, te Arnhem. Pia, dank je voor je inzet bij het Design Team! En je collega, Gijs, dank ik ook in mijn column voor de MBO Krant:

De kracht van de werkelijkheid

Toen de titel getypt werd, was al wel duidelijk wat de inhoud zou gaan worden, maar toch kwam ‘ie erg filosofisch over. En dat dekt niet persé de inhoud. Die gaat namelijk niet over filosofische beschouwingen over de werkelijkheid. Dus geen overdenkingen als die van Plato, geen overpeinzingen over een waarneembare en ideële werkelijkheid. Nee, de werkelijkheid die gepresenteerd werd aan mijn studenten.

Die is krachtig, als middel om het werk te leren kennen waar ze voor studeren. Die is krachtig om hen te laten zien wat er ‘nog meer te halen is uit het leven’. En dat dankzij een opdracht die ze meenamen tijdens een bezoek aan de praktijk van de zorgverlening aan mensen met Niet Aangeboren Hersenletsel (NAH).

In deze column wil ik ook ‘mijn gastdocent’, Gijs van den Brink, (nogmaals) bedanken voor zijn bijdrage aan het leveren van deze krachtige werkelijkheid. Gijs heeft namelijk NAH en is cliënt van een grote zorgorganisatie en woont sinds enkele jaren op Het Dorp (in Arnhem). Daar woont hij, maar werkt hij ook in allerlei rollen, taken en functies. Met studenten bezoek ik Gijs.

De studenten krijgen de opdracht om, vooraf, vragen op te stellen die ze zouden willen vragen aan Gijs. Vragen die gerelateerd zijn aan NAH en aan de Vier Domeinen van Verantwoorde Zorg (voor de lezers die niet uit de zorg komen, dat is een model om op methodische wijze gegevens te verzamelen over een persoon en diens leven). Op zich is dat al lastig voor de (tweede leerjaar, Verzorgende IG) studenten. Maar dan moeten ze die vragen ook nog echt gaan stellen aan een persoon met NAH, zijnde Gijs.

En dan komt de kracht van de werkelijkheid tot volle wasdom: dan stappen ze in de wereld van iemand met NAH. Letterlijk, want ze bezoeken zijn woonomgeving. Maken hem mee in de omgeving waarin hij zich veilig voelt en waar hij ‘thuis is’. Ze spreken en zien hem in zijn eigen appartement. In zijn werkelijkheid. De werkelijkheid van iemand die andere mogelijkheden heeft als zij zelf. Maar die tot een aantal jaren geleden dezelfde mogelijkheden had (misschien iets meer, Gijs is hoog opgeleid), maar die door zijn hersenbloeding mogelijkheden heeft ingeleverd (zoals staan, lopen, etc.).

En dan krijg je verslagen onder ogen met opmerkingen als: “Ik vind dit een geweldige ervaring”, “Ik vond het erg leerzaam!” en “Ik heb het gesprek met Gijs als heel indrukwekkend en leuk ervaren”.

En dat is krachtig. Het drukt jonge studenten met de neus op de feiten. Ze leren hoe iemand omgaat met verlies, met beperkingen in het bestaan. Maar ze leren ook hoe het is om te ‘leren met vallen en opstaan’. Hoe het leven anders kan lopen en hoe je er toch alles uit probeert te halen. Een levensles, naast opdoen van kennis en het communiceren met iemand die lichamelijke beperkingen heeft. Power!

En naast deze twee ervaringsdeskundigen dank ik ook Bram-Sieben, die met zijn artikel in dezelfde MBO Krant verscheen. Altijd leuk om zo’n vervolg te hebben op de lessen die hij bij mij verzorgde.

Tot slot wil ik iedereen bedanken die ik hier niet bij naam heb genoemd, maar die wel een bijdrage hebben geleverd aan het onderwijs in het kalenderjaar 2018. Zeker onze studenten, die zelfs met mij “Zwarte Piet” speelden. En de lessen iedereen keer weer een nieuwe uitdaging maakten. En de collega’s, die in diverse verbanden kritisch, samenwerkend en inspirerend waren. En tot slot al die anderen die ik het afgelopen jaar, in mijn hoedanigheden (docent, docent-onderzoeker, netwerker, stagebegeleider) heb mogen ontmoeten, spreken en horen spreken. Vele malen was het zeer interessant en inspirerend. Dank!

En voor allen: een heel erg inspirerend nieuw jaar, vol nieuwe ontdekkingen, ontmoetingen en andere mooie momenten!

 

Zonder titel door het leven

Zonder titel door het leven

Ik kreeg het advies van een collega docent om mijn frustratie van me af te schrijven. Nu was ik al wel wat gewend, wat schrijven betreft, dus dat was niet aan dovemansoren gericht. Ik hoop dat ik in twee zinnen de nieuwsgierigheid heb gewekt, maar het woord frustratie is misschien wat te groot voor mijn gevoel. Het gaat echter om het volgende:

Ik ben ooit opgeleid tot verpleegkundige. En wel in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Toen was het nog de Z-verpleegkundige (waar de Z stond voor de sterk verouderde term ‘zwakzinnigenzorg’). En toen was net het BIG register geopend. En daar werd je dan als verpleegkundige in geregistreerd. Jaren lang was er geen vuiltje aan de lucht, werd je titel gewoon in het register beschermd en was de zorgvrager (als je in de zorg werkt) veilig, want tenslotte is de geregistreerde verpleegkundige bevoegd én bekwaam. Althans, dat is het uitgangspunt.

Sinds enkele jaren is het zo geregeld dat je met enige regelmaat moet herregistreren. Dat geldt voor iedereen die als verpleegkundige in het register staat. Ook als je, net als ik, docent geworden bent (waar je ook een opleiding voor hebt gevolgd en wat je dan als je ‘nieuwe’ beroep mag beschouwen). Voor de duidelijkheid heb ik even de letterlijke tekst van het ministerie opgezocht over de reden van herregistratie (om duidelijk te maken waarom ik ‘gefrustreerd’ ben).

De letterlijke tekst (meer lezen: https://www.bigregister.nl/herregistratie):

In het BIG-register staan zorgverleners die actief werken in hun beroep. Met herregistratie toont een zorgverlener aan dat hij voldoende uren heeft gewerkt in zijn vak en/of voldoende scholing heeft gevolgd om bij te blijven in het beroep.

Het doel van herregistratie is het vergroten van de kwaliteit in de zorg. Het BIG-register geeft inzicht wie in welk (basis)beroep mag werken. Herregistratie bevordert dat er zorg wordt verleend door zorgverleners die actief werken in hun beroep. Daarvoor moeten ze aantonen voldoende uren te hebben gewerkt in hun vak, óf ze kunnen scholing volgen en daarmee aantonen dat ze voldoen aan het vereiste niveau.

Dus: als je docent verpleegkunde bent (en het grootste deel van de afgelopen jaren alleen maar in de school werkzaam bent geweest en niet ‘aan het bed’) moet je aantonen dat je nog bevoegd en bekwaam bent. En nu start mijn ‘frustratie’.

Er zijn namelijk redelijk wat docenten die vinden dat ze ooit (allemaal 50+, voor de beeldvorming) nog wel zouden kunnen gaan werken in de zorg (en voelen zich dan ook bekwaam). Die willen hun titel niet kwijt. Die denken dat herregistreren hun de titel doet toekomen, dat zij de kwaliteit van zorg vergroten, dat zij actief werken in hun beroep (ahum, hun beroep is nu toch docent?). Maar omdat ze niet in de zorg werken moeten ze het via scholing aantonen. Dus gaan ze (en dat kost geld!) ‘bijscholen’. Gaan ze lessen volgen en vervolgens een examen doen. En als ze dan slagen is er (veel) geld gestoken in bijscholing en het doen van examens. Om maar niet te spreken de tijd die daarin gestoken werd.

Om vervolgens gewoon weer voor de klas te staan (maar wel met een titel!). Hoogstwaarschijnlijk tot aan hun welverdiende pensioen. Net als ik. Zonder titel. Alhoewel, ik heb die inmiddels achter mijn naam. Omdat ik het er niet bij gelaten heb en in mijn nieuwe beroep gestudeerd heb en mezelf nu Master of Education mag noemen. Maar ik hecht waarde aan de kwaliteit van zorg, als docent vertel ik er over. Maar ik ben zeker niet meer bekwaam en daarmee zeker niet bevoegd om de titel van verpleegkundige te dragen. Ook niet na een paar lesjes en een toets. Haal mij maar door, dan maar ‘niet praktiserend verpleegkundige’.

Aantrekkelijk onderwijs, geen vanzelfsprekendheid

Aantrekkelijk onderwijs, geen vanzelfsprekendheid

Ik schreef een column voor de 50e editie van de MBO Krant (waar ik trots op ben, dat geef ik toe) en later kwam het onderwerp nog diverse keren ter sprake met collega’s van allerlei pluimage. Want de kern, hoewel het begint met een voorval in het vorig schooljaar, blijft actueel. En dat is maar goed ook. Want we moeten blijven stilstaan bij de vraag hoe we het onderwijs zo aantrekkelijk maken dat studenten graag naar school komen.

De column zelf (zeker niet mijn eerste, maar ook niet de laatste voor de MBO Krant) volgt nu:

De stakingen in het openbaar streekvervoer, van eind juni, hebben me wel tot denken aangezet! En dan niet over de vraag of een plaspauze gerechtigd is tijdens een dienst van een aantal uren (want zolang we nog geen bussen met automatische piloot hebben zal er ook geen on-board toilet komen en bij alle haltes een Dixie toilet neerzetten staat ook zo raar), maar meer over ‘mijn studenten’ en hun reactie op deze acties. En dan ook weer niet hun reactie op de eisen van de chauffeurs in het streekvervoer. Nee, hun reactie op het feit dat ze met hun OV kaart ineens moesten gaan fietsen.

En daar begint het: een (klein) deel van ‘mijn populatie studenten’ komt uit Arnhem (de vestigingsplaats van de school) en dan ook nog specifiek uit de directe omgeving van de school (gelegen in het zuidelijke deel van de stad). De rest (en dat is vaak het overgrote deel van de lesgroep) komt vaak uit een brede straal rond Arnhem. Die straal kan oplopen tot (ruim) boven de 40 kilometer.

Op zich kan ik me dan voorstellen, als je zover van de schoollocatie woont, dat je dan zoiets hebt als: “ja ja, ik ga dat hele eind niet fietsen!”. Enerzijds. Anderzijds ligt er ook een verantwoordelijkheid zodra je inschrijft bij een school die ver buiten je eigen ‘verzorgingsgebied’ ligt. Maar daar kan een student gegronde redenen voor hebben. Een andere invalshoek is ook dat je een verplichting hebt ten opzichte van jezelf, je klasgenoten, je docent en de school om je actief in te zetten voor je opleiding. Dat is ook een soort motivatie die vaak niet intrinsiek aanwezig is bij studenten in een mbo-opleiding. Als daar dan ook nog eens zomers weer bij komt kijken (strandweer), dan wordt het nog moeilijker, voor de studenten, om die motivatie op te diepen om allerlei regelingen te gaan treffen.

Tot zover degenen die van ver moeten komen, omdat ze nu eenmaal een school dichterbij niet hebben gekozen, om moverende redenen. Maar hoe werkt dat dan bij studenten die, bij wijze van spreken, om de hoek wonen? Wat gebeurt daarmee? De enkelingen die wel komen hebben daar goede redenen voor: willen toetsen halen, examens maken, willen oefenen of zijn gewoon gemotiveerd om het maximale uit hun opleiding te halen. Dan blijft er alsnog een groep over die dat allemaal niet doet. Die redenen laat horen als: ik heb geen fiets. Ik ga dat hele eind niet lopen. Of: dan moet ik een OV fiets huren, dat kost me extra geld.

Allemaal heel begrijpelijk, Als je mbo student bent. Ik blijf het ergens ook moeilijk vinden, als docent. Als een vijftiger die een volledige werkweek werkt en niet te beroerd is om vanavond weer naar mijn werk te rijden om daar een hele avond bij een uitreiking van een certificaat aanwezig te zijn, omdat ik de studieloopbaancoach ben.

Ik wil ook niet de studenten opleggen hoe ik zelf in het werk sta, hoe ik me verantwoordelijk voel voor mijn studenten en mijn werkzaamheden. Ik zal ze ook niet zeggen dat ik de 20 kilometer naar mijn werk ook met de fiets zou afleggen als ik daarvan afhankelijk zou zijn. Dat ik dan ook ruim op tijd zou zijn (en niet elke keer net iets te laat, zoals zovele studenten). Dat zou niet eerlijk zijn. Of toch wel? Ik zou dat graag delen met anderen, die visie op wat onze toekomstige beroepsbeoefenaren mee (moeten) krijgen over arbeidsethos. Hoewel ik wel vaak (en dat stelt dan toch weer een deel gerust) hoor dat ze wel op tijd op hun stageplek komen, dat ze daar wel altijd op tijd zijn. Met of zonder OV. Dat is blijkbaar belangrijker dan op school komen.

En dat laatste is een pijnlijke conclusie. Dat zou namelijk betekenen dat we school niet interessant of belangrijk genoeg maken voor ze. Dat ze daar niet genoeg halen om gemotiveerd te blijven, om blij te worden van een dag school. Dat kan nooit de bedoeling zijn.

De waarheid zal ergens in het midden liggen. Wij, docenten, doen ons uiterste best om, ook voor een bijna leeg lokaal, het onderwijs zo goed mogelijk vorm te geven. De studenten willen ook wel, maar leggen hun prioriteiten soms heel anders dan wij zouden vermoeden. Wie het weet, mag het zeggen.

Indiana Jones, oerwouden en Rome

Indiana Jones, oerwouden en Rome

Wat hebben de drie termen in de titel met elkaar te maken? Ik hoop dat men dit denkt. Dan wordt er misschien wel verder gelezen.

Ik denk graag in metaforen en tijdens het laatste overleg met mijn collega’s van het practoraat Tech@doptie (www.techadoptie.nl) kreeg ik even een flits van herinnering. Die vertaalde zich direct in een metafoor voor het gevoel dat ik soms krijg bij onze werkzaamheden. Ik zal het uitleggen, want als lezer heb je nu misschien al geen idee meer waar ik het over wil hebben. Logisch.

De titel doet menigeen (mogelijk) denken aan films met Harrison Ford in een grijs verleden. Precies! Die! En als ik dan denk aan mijn werkzaamheden binnen het practoraat, het onderzoeken, zoeken naar bijzondere dingen (die al door een ander ontdekt of gemaakt zijn, maar nuttig en waardevol zijn), dan voel ik me net Indiana Jones. Hij gaat op een spannende ontdekkingsreis (gelukkig is die van mij veel veiliger), maakt van alles mee en ontmoet interessante mensen. Maar uiteindelijk vindt hij dingen (voorwerpen, ideeën, etc.) van anderen. Zaken die al bestaan, die hun bestaan al hebben bewezen en niet nieuw zijn. En dat is niet slecht, maar hij ontdekt ook niet iets nieuws. En dat doe ik ook niet. En daar is niets mis mee (de reis is waardevol).

Maar het bracht we wel aan het denken, over het doel van mijn werkzaamheden. En dan heel specifiek voor ons practoraat, in onze omgeving (ROC, regio, etc.). Dat doet je dan wel denken aan wat je doet en waarvoor. En toen drong zich een tweede metafoor zich aan me op. Een die relatie heeft met de eerste. Want Indiana Jones ging vaak genoeg op onderzoek in het oerwoud. En onderzoek doen naar zorgtechnologie (dat doen we bij het practoraat), is net zoiets als zoeken naar een bepaalde boom in het oerwoud. Het zoeken naar dat ene nieuwe, nog onbekende, is er niet bij. Het moet echt veel gestructureerder en gerichter, zodat we niet verdwalen en uiteindelijk niet vinden wat we zoeken.

Verder pratend met mijn collega(‘s) kwamen we er ook op uit dat, als je kijkt naar wat er al onderzocht is en nog steeds wordt, dat Rome ook een passende metafoor is. Want het gezegde luidt dat er meerdere wegen naar Rome leiden (hoewel de theorie over Rome en wegen er op duidt dat de wegen van Rome af leiden), maar belangrijker is dat er op die wegen allemaal onderzoekers in hun eigen vervoersmiddel dezelfde wegen afleggen om in Rome (hier de metafoor voor zorgtechnologie) te komen.

Hopelijk is het iets duidelijker geworden. Er waren dus drie metaforen:

  1. Indiana Jones staat voor de onderzoeker, die mooie avonturen (reizen) beleefd en daarbij interessante ontdekkingen doet en mensen ontmoet, zonder dat er iets uitkomt waarvan je kan zeggen: dat is nieuw!
  2. Het oerwoud staat voor de enorme hoeveelheid kennis die er inmiddels al is (en nog steeds bij komt) over zorgtechnologie en waar je gericht in moet zoeken om te komen tot iets waar je wat aan hebt (zoals voor een bepaalde regio, voor bepaalde opleidingen, etc.).
  3. Rome en de wegen er naartoe staan voor de zorgtechnologie en de hoeveelheid mensen die zich er mee bezig houden, allemaal op hun eigen manier en met hun eigen (vervoers)middelen.

Voor mij betekent het eigenlijk dat ik een taak/functie heb die me op een mooie en interessante reis stuurt, waarbij ik nieuwe dingen zie, mensen ontmoet en uiteindelijk een mooie stad bezoek. Ach, ik had het dus slechter kunnen treffen. Ik ga mijn hoed pakken.