Zomerhitte

Zomerhitte

In Nederland zijn we deze week zomer in gegaan met veel nieuws en soms groot verdriet. Zo waren er veel doden te betreuren bij branden in Londen en Portugal, werd een belangrijk bouwwerk uit de Islam in Mosul vernietigd door idiote vandalisten die zich ‘ware gelovigen’ noemen en was het ongekend heet, met temperaturen tot ver boven de 30 graden, scholen (ook die van mij) draaien met een tropenrooster. En tussen al die ellende verscheen er ook goed bericht: de mbo afgestudeerden zijn niet aan te slepen! Althans, dat is de berichtgeving van Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB), die berekende voor 500 opleidingen de baankans in 35 Nederlandse regio’s. Tot de grote verbazing in het onderwijs (ook bij een opleiding met goed als kenmerk van vooruitzicht op een baan in de regio) vallen de aanmeldingen (of intakes) nogal tegen. Op het moment dat we nog net niet met z’n allen van de vakantie gaan genieten, blijven de cijfers achter. Het is dan ook interessant om te weten of we in de toekomst aan die verwachtingen van het werkveld gaan voldoen. Als sommige opleidingen (van de 500) krimpen omdat er minder studenten zich aanmelden, maar de markt er blijkbaar wel goed voor is, hoe zal het gat er straks uit gaan zien dan?

Maar laten we de zomer er niet een laten zijn van alleen maar slecht nieuws. Zo is de verwachting gewekt dat we na het reces toch een kabinet hebben, waar we op kunnen vertrouwen voor de toekomst. Die zeker gaat stellen dat we ook in de toekomst een mbo hebben dat aansluit bij de arbeidsmarkt. Een kabinet dat er voor gaat zorgen dat er in het onderwijs genoeg personeel is, genoeg geld voor ontwikkelingen om bij te blijven bij de vragen van het bedrijfsleven. We gaan er dan maar vanuit dat we een minister hebben zitten op het pluche van OC&W die een gezonde en frisse kijk heeft op het mbo, waardoor dat de komende jaren verschoont blijft van nieuwe regels, herzieningen die toch tot niets nieuws leiden en bezuinigingen op de grootste leverancier van vaklieden voor Nederland. Dat zijn toch mooie vooruitzichten! Of mijn cynische ondertoon onterecht blijkt te zijn is een uitgesproken wens. Ik zal dat met argusogen blijven volgen.

Net zo goed als andere ontwikkelingen. Zoals het plaatsnemen van een echte leraar op de stoel van de voorzitter van de Onderwijscoöperatie, die de opdracht aanneemt om deze club te leiden door de woelige baren van het verplichte register voor docenten. Die daarmee in de toekomst, door hun werkgevers, in staat gesteld worden om zich te ontwikkelen en bij te blijven, teneinde hun bevoegdheid tot lesgeven te behouden. Ook een mooi vooruitzicht: alle kracht van binnenuit. Dat dit werkt, dat bewijzen de genomineerden voor de verkiezing van mbo docent van het jaar. Dat zijn stuk voor stuk docenten die van binnenuit het mbo hebben laten zien hoe mooi het kan zijn. Een ervan pik ik er even uit, omdat het een ‘studiegenoot’ (pre-promotietraject) is en een gedreven ambassadeur van de Beroepsvereniging voor opleiders in het mbo (BVMBO). Giel Kessels, ROC Summa. Langs deze weg wens ik je nogmaals veel succes en duim ik voor jouw verkiezing tot ambassadeur van het mbo. Dat je met de eerder genoemde minister maar mooie zaken kan gaan doen voor het mbo in het schooljaar 2017-2018!

Deze blog zal in september verschijnen in de MBO Krant, in geupdate versie, aangezien we dan zeker weten of het etentje van ‘het motorblok’ ook echt een kabinet heeft opgeleverd en hoe we de zomer daadwerkelijk doorgekomen zijn. En natuurlijk volgt er dan ook een nieuwe blog. Tot die tijd: fijne zomer!

Stelling nemen

Stelling nemen

Het is altijd een mooi idee, om in een rijtje te staan met grote voorbeelden. Zo ook als je een manifest opstelt en deelt met de maatschappij. Hoewel dat delen niet altijd goed is uitgepakt in het verleden. Zo is een beroemd manifest, met de titel “Oratio de hominis dignitate (Oratie over de waardigheid van de mens)” nooit in het openbaar verdedigd door de opsteller, Giovanni Pico della Mirandola (1463-1494). Deze Italiaanse humanist werd gedwarsboomd door de sterke, katholieke kerk. Latere manifesten hadden meer succes en zonder een volledige lijst te willen opsommen noem ik toch een enkele bekende: het Handvest van de Verenigde Naties (26 juni 1945) en het Noord-Atlantisch Handvest, NAVO (4 april 1949). Slechts enkele voorbeelden om aan te geven waar je aan kunt denken bij een manifest. En niet te vergeten het manifest van Hugo Borst (2016), waarmee hij de politiek in Nederland wilde overtuigen van de noodzaak tot ingrijpen in het zorgstelsel en specifiek de zorg voor de oudere medemens.

Kortom: een manifest wil nogal wat zeggen en als je dan zo’n stuk maakt en in de openbaarheid brengt, dan wil je daar iets mee zeggen. Dat is precies wat de beroepsvereniging opleiders mbo (BVMBO) ook heeft willen doen en ook heeft gedaan. Op 16 maart 2017 presenteerde de BVMBO haar manifest bij ROC A12 in Ede. Het manifest is inmiddels ondertekend door meer dan 2100 steunbetuigers. Daarmee is er nog geen Tweede Kamer die zegt het manifest te omarmen, zoals bij Hugo Borst gebeurde, maar een begin is er zeker. Een begin om het mbo te laten weten dat het onderwijs gebaat is bij minder rendement denken, meer regelruimte en vooral ook rust. Rust om de dingen af te maken waar men aan begonnen is en niet rechts en links ingehaald worden door nieuwe ontwikkelingen, waarvan velen achteraf iets hebben van: waar kwam dat ineens vandaan?

Er is genoeg nieuw om de komende jaren op voort te borduren. Overal om ons heen schieten nieuwe werkvormen, schoolvormen en curricula uit de grond als de bekende paddenstoelen. Ook binnen mijn eigen ROC zijn de laatste twee jaar volop ontwikkelingen gaande en deze gaan nog wel even door. En dan heb ik het nog niet eens over het prachtige initiatief op het gebied van onderwijs en onderzoek: het inrichten van practoraten in diverse instellingen voor mbo.

Nee, die docenten in het mbo ontwikkelen (zichzelf) wel, daar is geen 1000 uren norm voor nodig, daar is de stem van de docent voor nodig, daar is investering in de leeromgeving voor nodig. Dan komt het zeker goed met het middelbaar beroepsonderwijs. Dan wordt er praktisch onderzoek verricht, door docenten die zich op master niveau verder bekwamen en worden ontwikkelingen vanuit het onderwijs zelf geïnitieerd. Dan zijn wij zelf eigenaar, gebruiken wij onze stem en werken wij in (relatieve) rust verder aan de kwaliteit. En dat alles voor: onze studenten.

Pareto analyse

Pareto analyse

Vandaag las ik dat ongeveer 86% van de Nederlanders zich zorgen maakt over de normen en waarden in Nederland (http://www.rtlnieuws.nl/nederland/politiek/kiezer-is-meest-bezorgd-over-normen-en-waarden). Nu verbaast me dat niet direct, ik zie zelf ook wel dat er zaken afglijden, alleen als weggebruiker met een verzekering van de ANWB (waar je extra korting krijgt als je je netjes gedraagt in het verkeer en ik heb na de eerste evaluatie geld terug gekregen).

Maar waar ik ook direct aan dacht: als er 86% zich zorgen maakt, maakt 14% zich daar geen zorgen over. Dat vertalend naar de Pareto analyse (https://nl.wikipedia.org/wiki/Pareto-principe), zou het ook kunnen betekenen dat die 14% de veroorzaker is van alle bedreigingen van onze Nederlandse normen en waarden. Tenslotte zou de analyse daarop passen: geen 20% die vo0r 80% van de problemen zorgt, maar slechts 14% die 86% zorgen laat maken. En dat maakt mij juist zorgen! Dat het overgrote deel van Nederland zich zo op de kop laat zitten door zo’n minderheid. En dat moet toch in je direct omgeving merkbaar zijn dan?

Sommige dingen kan je ook gewoon niets aan doen. Neem mijn eigen voorbeeld en dan ben ik absoluut geen engel, maar ook geen verkeershufter. Maar als ik mij keurig netjes aan de maximumsnelheid houd op een stuk weg met werkzaamheden (90 km voor de ‘brug bij Ewijk’ en ik word vervolgens stevig ingehaald door een auto van Rijkswaterstaat, die vervolgens zonder richting aangeven terugkomt op mijn baan, dan ben ik verbaasd over het gebrek aan gevoel voor normen. Ik som op: wegwerkzaamheden (mogelijk in opdracht van Rijkswaterstaat), maximumsnelheid en de norm dat je richting aangeeft bij veranderen van baan of rijrichting.

Lezers van mijn blogs weten dat ik geen pure azijnzeiker ben, maar ik moest dit even kwijt. En daarna wil ik ook meteen positief eindigen. Want verandering van die 86% kan gewoon van jezelf komen. Door eigen positiviteit. En dat kan beginnen door aan te sluiten bij een initiatief waar ik ook deze dag kennis mee maakte: laten weten waar je wél tevreden over bent. Check http://www.tevredenlander.nl maar eens en tweet eens met #tevredenlander. Toon daarmee eens aan welke normen en waarden herkenbaar wel nagestreefd worden. Hoeveel vrijwilligers werken er elke dag niet in de zorg? Of als klaarover? Of als mantelzorger? Er gaat ook heel veel goed. Laat daar maar eens die analyse op los. En samen zorgen dat die 14% iets anders gaat doen. Zich inzetten voor Nederland of zo.

Een fijne vakantie gewenst (die van mij begint vanmiddag) of sterkte (als je weer aan het werk moet).

 

Op weg naar……………

Op weg naar……………

Soms is het zo: “beter goed gejat, dan slecht bedacht”. En ik wil nu geen blog schrijven vol gejatte teksten (als ik tekst gebruik van een ander zal ik de bron vermelden), maar ik heb wel het idee gejat. En dat vind ik eigenlijk ook wel weer te zwaar aangezet, dat gejat, want ik weet niet eens of de oorspronkelijke ‘eigenaresse van het idee’ het zelf bedacht heeft, zodat zij eigenlijk gestolen waar heeft en ik in feite heler ben. Maar goed, waar het om gaat: ik ben begonnen met een traject dat moet gaan leiden tot promotieonderzoek vanaf 2018 en de weg er naartoe kan, in mijn ogen, wel eens inspiratie opleveren voor een blogreeks. Zo geschiedde.

Het is nu wel er voor waken dat dit niet een saaie reeks verhalen wordt die keer op keer over hetzelfde gaan. Ik moet echter wel bij het begin beginnen en dat is niet altijd feestelijk of groots. Zo ook onze start. Ik zeg onze, want ik doe het niet alleen. Ik ben deel van een groep mensen, van allerlei pluimage, maar allen op een of andere manier afkomstig uit het mbo. En dat kan variëren van docent (zoals ik) tot manager en zelfs gepensioneerd bestuurder (zal ik nooit worden).

Deze groep is samengekomen, alle zeventien, na een initiatief van de beroepsvereniging opleiders mbo (BVMBO) in samenwerking met het Expertise Centrum Beroepsonderwijs (ECBO). Dit samenwerkingsverband is compleet geworden in de relatie met de Hogeschool Utrecht (HU) en de Open Universiteit (OU). De 17 mbo medewerkers zijn gezamenlijk begonnen aan een reis van ruim een jaar, die de naam ‘pre-promotietraject’ heeft gekregen. In dat ruime jaar tracht men te komen tot een goed onderzoeksvoorstel voor promotieonderzoek binnen het mbo. Enkelen zullen een gooi doen naar de promotiebeurs voor leraren, anderen zullen t.z.t. een gooi doen naar andere vormen van subsidiëring van hun tijd.

Zelf ben ik zo’n docent die een poging wil wagen om een promotiebeurs te bemachtigen. Daar zijn in het mbo nog (te) weinig voorgangers in geweest. Een stevige boost van het aantal wetenschappelijke praktijkonderzoekers (zo mag ik mezelf graag gaan noemen zodra het onderzoeken begint) in het mbo is in mijn ogen dan ook gewenst. Om kennis te vergaren, te verdiepen en te verspreiden.

Vooralsnog is het traject een soort trein die zojuist vertrokken is, hij begint net te rollen en de laatste wagon heeft het perron achter zich gelaten. Aan boord de 17 toekomstige onderzoekers, een docent van de HU en een gepromoveerde medewerker van ECBO. Dit enthousiaste tweetal wordt elke keer aangevuld met een gast, een promovendus, een hoogleraar en later mogelijke promotoren. Een avontuurlijke reis met soms onbekende bestemmingen. Maar allemaal zijn we er aan begonnen als aan een snoepreisje. Voor mij voelt het als een spannende, boeiende reis. Ik voel me bijna net Harrie Potter die voor het eerst in de Zweinstein-express zit.

Ik heb mezelf een goede reis gewenst, heb mijn reisdoel bepaald (promotieonderzoek gaan doen), ik hoop onderweg veel te zien en te horen en boeiende mensen te ontmoeten. Aan boord is dat al prima in orde en de toekomstige medepassagiers en stations lijken mij meer dan de moeite waard. Ik hoop dat ik lezers mee kan nemen, langs de route tot Phd. Wellicht zijn er ook nog mensen die reisadviezen hebben. Die zijn dan bij deze uitgenodigd om bij mij aan boord te stappen en mee te reizen.

 

Visie op 2017

Visie op 2017

Tijdens een teambespreking, aan het begin van het nieuwe jaar wordt een belangrijke vraag gesteld: wat is onze visie? Het is toch erg, als je daar geen antwoord op kan geven! Toch is dat wat er vaak gebeurt. Dit komt natuurlijk niet alleen in onderwijsteams voor, maar ook in andere teams, in andere werkrelaties, andere bedrijven. Niet overal is het zo duidelijk wat de visie precies is. Maar dat is wel waar het dit jaar om zal gaan: wiens visie staat straks voorop en volgen wij? Voor Amerika is het (pijnlijk?) duidelijk geworden: de wereld zal moeten leven met de visie van Donald Trump. Voor Nederland is het nog een open vraag. Kijkend naar de ontwikkelingen van het afgelopen jaar is het bos van visies alleen maar groter geworden en wordt het moeilijk de boom te zien waarop de visie staat waar jij waarde aan hecht. In de Tweede Kamer (en de komende verkiezingen) zijn meer partijen (en wat daar voor moet doorgaan) en afsplitsingen dan ooit tevoren.

Wat visie betreft ben je dus, ook in het onderwijs, afhankelijk van vele factoren en vele partijen. Soms wordt die verwoord in beleidsstukken of komen er zelfs complete websites voor ‘in de lucht’. Hoewel dit een blog is van een mbo docent, toch even een uitstapje naar het PO en VO: onderwijs2032. Vanuit onderzoek in het basis en voortgezet onderwijs probeert men (OCW) een visie te vormen op het onderwijs richting 2032 (de periode waarin huidige startende leerlingen het gehele traject doorlopen hebben). Daar wordt veel tijd en energie (en ongetwijfeld ook veel geld) in gestoken. Het laatste bericht waar ik de hand op kon leggen, dateerde van januari. Wel 2016. Dus meer dan een jaar geen aanvullende resultaten van onderzoek, beleid, etc. Een visie die een jaar lang stil ligt, gaat veranderen, meanderen op de snel voortgaande ontwikkelingen in de maatschappij onder invloed van toenemende angst, geweld en zorg voor anderen.

Het zal de komende maanden  vragen opleveren, maar ook nieuwe inzichten in mogelijkheden, verschuivingen, teleurstellingen en hoopvolle uitspraken (en dat geeft weer voer voor een volgende blog). De komende maand zal veel duidelijk(er) worden over de visie van politieke partijen op onderwijs, zal er meer duidelijk worden over de richting waar we voor kiezen als we naar de stembus gaan. Onze persoonlijke visie, op zowel onderwijs als zorg en op de wereld in het geheel, zal daarbij bepalend zijn. Dus onze visie op het mbo (die kan je trouwens heel mooi kwijt bij de BVMBO [www.bvmbo.nl], als bijdrage aan het manifest en de toekomstbeeld van het mbo) zal voor een deel bepaald worden door onze collega’s. Door over visie in gesprek te gaan, kunnen we misschien een beetje sturen, zodat we niet het gevoel (blijven) hebben dat de beste stuurlui aan wal staan. Of dat we een op een stuurloos schip zitten, of op een eiland belanden.

Nu is het niet zo dat mbo Nederland een stuurloos schip is. Maar de baren waarop gevaren wordt zijn wel woelig. De invloeden zijn erg groot, net als het aantal opleidingen die jonge mensen kunnen gaan volgen. De veranderingen in de maatschappij en de industrie zijn snel en groot, daarmee de invloed op het onderwijs ook. De vraag naar aanpassen van het onderwijs op die veranderingen is dan ook groot. De flexibiliteit die dat vraagt van de onderwijsmedewerkers (docenten) zal groot moeten zijn. En de visie op de kwaliteit van het onderwijs wat door hen verzorgd wordt, zou nu vertaald moeten gaan worden, met de invoering van het lerarenregister in 2017.

Tot slot is daar nog de start van een initiatief van o.a. de beroepsvereniging om, dwars door al deze ontwikkelingen heen na te (blijven, gaan) denken over het onderwijs van nu en de toekomst. Een groep van 17 actieve en leergierige docenten is in januari 2017 gestart (inclusief ondergetekende) met een gezamenlijk traject richting het doen van promotieonderzoek in het middelbaar beroepsonderwijs (vanaf 2018). Daar zal ongetwijfeld veel gesproken gaan worden over visie. Mijn visie op 2017 is dan ook dat het een interessant jaar gaat worden.

Even rust in het mbo!

Even rust in het mbo!

Als je de afkorting mbo intikt in Google, krijg je in eerste instantie ruim 26 miljoen hits. Het is dus iets wat bekend is, het mbo. En niet in de laatste plaats vanwege alles wat er continu aan verandering onderhevig is, of waar commentaar op geleverd wordt. Natuurlijk, er zijn ook volop mooie momenten (docenten van het jaar, mbo uitblinkers, etc.) en grote discussies (wel of geen verplicht lerarenregister, met alle voor- en nadelen). Maar ook kleinere berichten, die meer voor de werkers in het mbo van belang zijn of in ieder geval stof doen opwaaien.

Zo werden we verrast door het bericht dat de overheid het mbo wilde ‘opzadelen’ met nog meer (naast Nederlands en rekenen) onderwijs dat in eerste instantie niet gericht is op de doelstellingen van het middelbaar beroeps onderwijs: opleiden voor een beroepsgericht diploma waarmee iemand toegang krijgt tot het maatschappelijk verkeer (lees: betaald werk) of het HBO. We moesten maar eens maatschappijleer gaan organiseren!

Nu herinner ik me nog goed dat we, enkele kwalificatiedossiers (binnen 15 jaar!) geleden, in het zorgonderwijs spraken van deelkwalificaties. Daarbinnen was ruimte voor twee bijzondere: de deelkwalificaties ‘Ontwikkelingen in de maatschappij’, deel 1 en deel 2 (misschien ken je ze nog: DK206 en DK307). Die zijn, door de veranderingen, verdwenen uit het onderwijs en later (terecht) vervangen (bij weer een nieuwe wijziging) door “Loopbaan en Burgerschap”. Geen idee waarom we nu ineens ‘Maatschappijleer’ zouden moeten toevoegen. We zijn dagelijks druk bezig om onze studenten te helpen te groeien tot volwaardige deelnemers aan de burgermaatschappij. Daar is geen extra maatschappijleer voor  nodig. En dan spreek ik me maar liever niet uit over Nederlands en rekenen. Dat werd wel goed gedaan in het tijdschrift van de vakbond UnieNFTO.

Dat had echter wel een iets andere insteek. Eentje waarvan in denk: waar zijn ze bij de overheid in godsnaam mee bezig? Eerst wordt het mbo gedwongen onderwijs te gaan verzorgen om de lacunes uit het voortgezet onderwijs aan te vullen (op te vullen) en vervolgens wordt het mogelijk om dan dat beroepsonderwijs met een diploma te verlaten zonder te voldoen aan die eerder gestelde eisen. Dan kan je dus minimaal zes jaar onderwijs (na het funderend onderwijs op de basisschool, wat dan samen minimaal 12 jaar maakt) volgen en dan het bedrijfsleven in gaan zonder voldoende kwalificatie op het gebied van Nederlands en rekenen. Nee, daar zitten ze op te wachten! Fijn voor de zorg, waar alles toch al krapper en ingewikkelder wordt en nog meer zal worden. Leuk, om bij te blijven met alle ontwikkelingen in de maatschappij, waarbij je als burger steeds meer zelf moet regelen en waar de techniek sneller ontwikkeld dan een kind van baby tot puber.

Ik denk dat het tijd wordt dat we gewoon eens een jaar of 10 doen met het mbo wat we het beste kunnen: beroepskrachten opleiden, samen met het afnemende werkveld. Waarbij we een kwalificatieniveau nastreven dat voldoet aan de eisen van het beroepenveld. En als je daar niet aan kan voldoen, dan kan de overheid zorgen voor passende maatregelen in de sociale sector. Maar gun het mbo eens een tijdje rust, even geen veranderingen, geen gedoe. Daar kunnen de politici misschien aan denken, als ze druk zijn om zieltjes te winnen voor maart 2017.

En niemand hoeft bang te zijn dat we stil staan in het mbo. We (docenten, besturen, studenten en bedrijfsleven) blijven continu bezig met samen onderwijs te ontwikkelen dat past bij de vraag van de maatschappij en de technologische ontwikkelingen. Daar hoeft de wereld buiten het mbo zich geen zorgen over te maken. Dus daar hoeft niet nog meer bemoeienis bij te komen die niet leidt tot verbetering van de onderwijskwaliteit of de mogelijkheden van de studenten. Gun het mbo eens wat rust.

Dekker’s draagvlak

Dekker’s draagvlak

Staatssecretaris Sander Dekker van Onderwijs (VVD) noemde de wet positief voor het onderwijs en verzekerde de Kamer dat er veel draagvlak onder leraren is om deze belangrijke stap te zetten.

De bovenstaande zin komt van de Onderwijscoöperatie, uit een nieuwsbericht. Nu wil ik met deze blog geen azijnpisser worden, maar het riep bij mij toch iets op. In het laatste half jaar heb ik diverse berichten langs zien komen vanuit bijvoorbeeld de Onderwijsraad, die stellig was in de mening dat het lerarenregister in zijn huidige staat geen goed instrument zou zijn. En van de werkgevers in het onderwijs, die zeer recentelijk nog bezwaar aantekenden tegen het lerarenregister. Blijkbaar allemaal terzijde gelegd.

Maar dat was het nog niet eens echt, wat mij intrigeerde. Dat was meer het deel van de zin: “veel draagvlak onder leraren”. Ik was direct benieuwd naar dat politieke gegeven: “wat is veel draagvlak?”. Een eerste zoektocht leidde naar de website van Datagraver. Daarop was te lezen dat er in Nederland zo’n 250.000 mensen werken in het onderwijs (dat deel dat in het Lerarenregister een plaats krijgt). Dat komt overeen met de cijfers die de gezamenlijke vakbonden aanhouden (volgens de website van de Onderwijscoöperatie). Volgens deze zelfde Onderwijscoöperatie zijn er momenteel 62.000 leraren, vrijwillig, ingeschreven in het Lerarenregister (in vier jaar tijd). Een eenvoudige rekensom leert me dat dit neerkomt op ongeveer een kwart van alle leraren.

Mijn volgende denkstap was: “Is een kwart van het totaal een voorbeeld van ‘veel draagvlak’?”. Ook dat was een kwestie van een zoekopdracht in Google en een van de eerste hits was een artikel uit de Volkskrant (onder onderwijspersoneel een niet onbekende krant). Daarin was in 2015 de uitslag te leven van een enquête van deze krant m.b.t. vluchtelingen. Uitkomst: “er is nauwelijks draagvlak voor meer vluchtelingen.” Dat baseerde de Volkskrant op het cijfer van 24%.

Kortom: Sander Dekker vindt dat 25% “veel draagvlak” is. Terwijl de Volkskrant 24% “nauwelijks draagvlak” noemt. Ik vraag me dan toch af hoe dat nou zit. Wie moet je in zo’n geval geloven? Een politicus, die in de aanloop naar de verkiezingen voelt dat er nog een succesje te boeken is, door er een wet doorheen te krijgen, waar de Volkskrant van zou zeggen dat het nauwelijks draagvlak heeft. Of de overige 75% van onze collega’s, die er blijkbaar in de afgelopen vier jaar (ondanks ‘alle campagne’ van de Onderwijscoöperatie) niet toe hebben besloten om het lerarenregister warm te omarmen, omdat ze het zo’n fantastisch uitgewerkt en betrouwbaar instrument vinden, waar de kwaliteit van het onderwijs zo onomstotelijk door geborgd is.

Eerlijkheidshalve zal ik meteen bekennen (en dat heb ik al eerder gedaan in de MBO krant) dat ik al direct, in 2012, ingeschreven stond. Omdat ik daarmee ook van binnenuit mee kon kijken. En ik ben positief over de gefaseerde invoering. Maar het blijft aan me knagen: als 75% niet vrijwillig mee doet, waar ligt dan de grens van de dwang? Zijn docenten dan vanaf 2017 wilsonbekwaam en niet langer in staat zelfstandig te beslissen over de instandhouding van hun beroepskwaliteit?