Visie op 2017

Visie op 2017

Tijdens een teambespreking, aan het begin van het nieuwe jaar wordt een belangrijke vraag gesteld: wat is onze visie? Het is toch erg, als je daar geen antwoord op kan geven! Toch is dat wat er vaak gebeurt. Dit komt natuurlijk niet alleen in onderwijsteams voor, maar ook in andere teams, in andere werkrelaties, andere bedrijven. Niet overal is het zo duidelijk wat de visie precies is. Maar dat is wel waar het dit jaar om zal gaan: wiens visie staat straks voorop en volgen wij? Voor Amerika is het (pijnlijk?) duidelijk geworden: de wereld zal moeten leven met de visie van Donald Trump. Voor Nederland is het nog een open vraag. Kijkend naar de ontwikkelingen van het afgelopen jaar is het bos van visies alleen maar groter geworden en wordt het moeilijk de boom te zien waarop de visie staat waar jij waarde aan hecht. In de Tweede Kamer (en de komende verkiezingen) zijn meer partijen (en wat daar voor moet doorgaan) en afsplitsingen dan ooit tevoren.

Wat visie betreft ben je dus, ook in het onderwijs, afhankelijk van vele factoren en vele partijen. Soms wordt die verwoord in beleidsstukken of komen er zelfs complete websites voor ‘in de lucht’. Hoewel dit een blog is van een mbo docent, toch even een uitstapje naar het PO en VO: onderwijs2032. Vanuit onderzoek in het basis en voortgezet onderwijs probeert men (OCW) een visie te vormen op het onderwijs richting 2032 (de periode waarin huidige startende leerlingen het gehele traject doorlopen hebben). Daar wordt veel tijd en energie (en ongetwijfeld ook veel geld) in gestoken. Het laatste bericht waar ik de hand op kon leggen, dateerde van januari. Wel 2016. Dus meer dan een jaar geen aanvullende resultaten van onderzoek, beleid, etc. Een visie die een jaar lang stil ligt, gaat veranderen, meanderen op de snel voortgaande ontwikkelingen in de maatschappij onder invloed van toenemende angst, geweld en zorg voor anderen.

Het zal de komende maanden  vragen opleveren, maar ook nieuwe inzichten in mogelijkheden, verschuivingen, teleurstellingen en hoopvolle uitspraken (en dat geeft weer voer voor een volgende blog). De komende maand zal veel duidelijk(er) worden over de visie van politieke partijen op onderwijs, zal er meer duidelijk worden over de richting waar we voor kiezen als we naar de stembus gaan. Onze persoonlijke visie, op zowel onderwijs als zorg en op de wereld in het geheel, zal daarbij bepalend zijn. Dus onze visie op het mbo (die kan je trouwens heel mooi kwijt bij de BVMBO [www.bvmbo.nl], als bijdrage aan het manifest en de toekomstbeeld van het mbo) zal voor een deel bepaald worden door onze collega’s. Door over visie in gesprek te gaan, kunnen we misschien een beetje sturen, zodat we niet het gevoel (blijven) hebben dat de beste stuurlui aan wal staan. Of dat we een op een stuurloos schip zitten, of op een eiland belanden.

Nu is het niet zo dat mbo Nederland een stuurloos schip is. Maar de baren waarop gevaren wordt zijn wel woelig. De invloeden zijn erg groot, net als het aantal opleidingen die jonge mensen kunnen gaan volgen. De veranderingen in de maatschappij en de industrie zijn snel en groot, daarmee de invloed op het onderwijs ook. De vraag naar aanpassen van het onderwijs op die veranderingen is dan ook groot. De flexibiliteit die dat vraagt van de onderwijsmedewerkers (docenten) zal groot moeten zijn. En de visie op de kwaliteit van het onderwijs wat door hen verzorgd wordt, zou nu vertaald moeten gaan worden, met de invoering van het lerarenregister in 2017.

Tot slot is daar nog de start van een initiatief van o.a. de beroepsvereniging om, dwars door al deze ontwikkelingen heen na te (blijven, gaan) denken over het onderwijs van nu en de toekomst. Een groep van 17 actieve en leergierige docenten is in januari 2017 gestart (inclusief ondergetekende) met een gezamenlijk traject richting het doen van promotieonderzoek in het middelbaar beroepsonderwijs (vanaf 2018). Daar zal ongetwijfeld veel gesproken gaan worden over visie. Mijn visie op 2017 is dan ook dat het een interessant jaar gaat worden.

Even rust in het mbo!

Even rust in het mbo!

Als je de afkorting mbo intikt in Google, krijg je in eerste instantie ruim 26 miljoen hits. Het is dus iets wat bekend is, het mbo. En niet in de laatste plaats vanwege alles wat er continu aan verandering onderhevig is, of waar commentaar op geleverd wordt. Natuurlijk, er zijn ook volop mooie momenten (docenten van het jaar, mbo uitblinkers, etc.) en grote discussies (wel of geen verplicht lerarenregister, met alle voor- en nadelen). Maar ook kleinere berichten, die meer voor de werkers in het mbo van belang zijn of in ieder geval stof doen opwaaien.

Zo werden we verrast door het bericht dat de overheid het mbo wilde ‘opzadelen’ met nog meer (naast Nederlands en rekenen) onderwijs dat in eerste instantie niet gericht is op de doelstellingen van het middelbaar beroeps onderwijs: opleiden voor een beroepsgericht diploma waarmee iemand toegang krijgt tot het maatschappelijk verkeer (lees: betaald werk) of het HBO. We moesten maar eens maatschappijleer gaan organiseren!

Nu herinner ik me nog goed dat we, enkele kwalificatiedossiers (binnen 15 jaar!) geleden, in het zorgonderwijs spraken van deelkwalificaties. Daarbinnen was ruimte voor twee bijzondere: de deelkwalificaties ‘Ontwikkelingen in de maatschappij’, deel 1 en deel 2 (misschien ken je ze nog: DK206 en DK307). Die zijn, door de veranderingen, verdwenen uit het onderwijs en later (terecht) vervangen (bij weer een nieuwe wijziging) door “Loopbaan en Burgerschap”. Geen idee waarom we nu ineens ‘Maatschappijleer’ zouden moeten toevoegen. We zijn dagelijks druk bezig om onze studenten te helpen te groeien tot volwaardige deelnemers aan de burgermaatschappij. Daar is geen extra maatschappijleer voor  nodig. En dan spreek ik me maar liever niet uit over Nederlands en rekenen. Dat werd wel goed gedaan in het tijdschrift van de vakbond UnieNFTO.

Dat had echter wel een iets andere insteek. Eentje waarvan in denk: waar zijn ze bij de overheid in godsnaam mee bezig? Eerst wordt het mbo gedwongen onderwijs te gaan verzorgen om de lacunes uit het voortgezet onderwijs aan te vullen (op te vullen) en vervolgens wordt het mogelijk om dan dat beroepsonderwijs met een diploma te verlaten zonder te voldoen aan die eerder gestelde eisen. Dan kan je dus minimaal zes jaar onderwijs (na het funderend onderwijs op de basisschool, wat dan samen minimaal 12 jaar maakt) volgen en dan het bedrijfsleven in gaan zonder voldoende kwalificatie op het gebied van Nederlands en rekenen. Nee, daar zitten ze op te wachten! Fijn voor de zorg, waar alles toch al krapper en ingewikkelder wordt en nog meer zal worden. Leuk, om bij te blijven met alle ontwikkelingen in de maatschappij, waarbij je als burger steeds meer zelf moet regelen en waar de techniek sneller ontwikkeld dan een kind van baby tot puber.

Ik denk dat het tijd wordt dat we gewoon eens een jaar of 10 doen met het mbo wat we het beste kunnen: beroepskrachten opleiden, samen met het afnemende werkveld. Waarbij we een kwalificatieniveau nastreven dat voldoet aan de eisen van het beroepenveld. En als je daar niet aan kan voldoen, dan kan de overheid zorgen voor passende maatregelen in de sociale sector. Maar gun het mbo eens een tijdje rust, even geen veranderingen, geen gedoe. Daar kunnen de politici misschien aan denken, als ze druk zijn om zieltjes te winnen voor maart 2017.

En niemand hoeft bang te zijn dat we stil staan in het mbo. We (docenten, besturen, studenten en bedrijfsleven) blijven continu bezig met samen onderwijs te ontwikkelen dat past bij de vraag van de maatschappij en de technologische ontwikkelingen. Daar hoeft de wereld buiten het mbo zich geen zorgen over te maken. Dus daar hoeft niet nog meer bemoeienis bij te komen die niet leidt tot verbetering van de onderwijskwaliteit of de mogelijkheden van de studenten. Gun het mbo eens wat rust.

Dekker’s draagvlak

Dekker’s draagvlak

Staatssecretaris Sander Dekker van Onderwijs (VVD) noemde de wet positief voor het onderwijs en verzekerde de Kamer dat er veel draagvlak onder leraren is om deze belangrijke stap te zetten.

De bovenstaande zin komt van de Onderwijscoöperatie, uit een nieuwsbericht. Nu wil ik met deze blog geen azijnpisser worden, maar het riep bij mij toch iets op. In het laatste half jaar heb ik diverse berichten langs zien komen vanuit bijvoorbeeld de Onderwijsraad, die stellig was in de mening dat het lerarenregister in zijn huidige staat geen goed instrument zou zijn. En van de werkgevers in het onderwijs, die zeer recentelijk nog bezwaar aantekenden tegen het lerarenregister. Blijkbaar allemaal terzijde gelegd.

Maar dat was het nog niet eens echt, wat mij intrigeerde. Dat was meer het deel van de zin: “veel draagvlak onder leraren”. Ik was direct benieuwd naar dat politieke gegeven: “wat is veel draagvlak?”. Een eerste zoektocht leidde naar de website van Datagraver. Daarop was te lezen dat er in Nederland zo’n 250.000 mensen werken in het onderwijs (dat deel dat in het Lerarenregister een plaats krijgt). Dat komt overeen met de cijfers die de gezamenlijke vakbonden aanhouden (volgens de website van de Onderwijscoöperatie). Volgens deze zelfde Onderwijscoöperatie zijn er momenteel 62.000 leraren, vrijwillig, ingeschreven in het Lerarenregister (in vier jaar tijd). Een eenvoudige rekensom leert me dat dit neerkomt op ongeveer een kwart van alle leraren.

Mijn volgende denkstap was: “Is een kwart van het totaal een voorbeeld van ‘veel draagvlak’?”. Ook dat was een kwestie van een zoekopdracht in Google en een van de eerste hits was een artikel uit de Volkskrant (onder onderwijspersoneel een niet onbekende krant). Daarin was in 2015 de uitslag te leven van een enquête van deze krant m.b.t. vluchtelingen. Uitkomst: “er is nauwelijks draagvlak voor meer vluchtelingen.” Dat baseerde de Volkskrant op het cijfer van 24%.

Kortom: Sander Dekker vindt dat 25% “veel draagvlak” is. Terwijl de Volkskrant 24% “nauwelijks draagvlak” noemt. Ik vraag me dan toch af hoe dat nou zit. Wie moet je in zo’n geval geloven? Een politicus, die in de aanloop naar de verkiezingen voelt dat er nog een succesje te boeken is, door er een wet doorheen te krijgen, waar de Volkskrant van zou zeggen dat het nauwelijks draagvlak heeft. Of de overige 75% van onze collega’s, die er blijkbaar in de afgelopen vier jaar (ondanks ‘alle campagne’ van de Onderwijscoöperatie) niet toe hebben besloten om het lerarenregister warm te omarmen, omdat ze het zo’n fantastisch uitgewerkt en betrouwbaar instrument vinden, waar de kwaliteit van het onderwijs zo onomstotelijk door geborgd is.

Eerlijkheidshalve zal ik meteen bekennen (en dat heb ik al eerder gedaan in de MBO krant) dat ik al direct, in 2012, ingeschreven stond. Omdat ik daarmee ook van binnenuit mee kon kijken. En ik ben positief over de gefaseerde invoering. Maar het blijft aan me knagen: als 75% niet vrijwillig mee doet, waar ligt dan de grens van de dwang? Zijn docenten dan vanaf 2017 wilsonbekwaam en niet langer in staat zelfstandig te beslissen over de instandhouding van hun beroepskwaliteit?

 

Utopia

Utopia

Door mijn blog deze titel mee te geven, maak ik meteen kans op meer hits op Google, zo besef ik me tijdens het typen. Zelf heb ik namelijk ook zo’n zoekopdracht ingevoerd, op zoek naar antwoorden. Ach, mocht het zo zijn, dan is dat mooi, maar ook dat zou wel eens een utopie kunnen zijn: een groot lezerspubliek.

Het is ook niet mijn streven, maar het woord Utopia noemde ik eerder in een bericht. Als snel opkomende reactie op de uitspraak van de hoofdofficier van Justitie, die beloofde dat de daders van de aanslag op de MH17 (hierna kom ik er nooit meer op terug, beloofd) gestraft zouden worden. En daarna kwamen in Nederland en Rusland de ambassadeurs van de respectievelijke landen bij elkaar op het spreekwoordelijke matje, om te vertellen hoe ze het niet eens waren met elkaars uitspraak. Denken dat de daders van deze massamoord ook hun straf zullen uitzitten, dan vind ik geloven in een utopie.

Maar zo zijn er vele voorbeelden, die dagelijks door de nieuwsberichten de wereld in geholpen worden. Treinen die op tijd gaan rijden en waarin iedereen kan zitten, bijvoorbeeld. En dat denken te kunnen verbeteren door het eigen personeel (van de NS, kantoorpersoneel wel te verstaan) buiten de spits te laten rijden. Of een president in de Verenigde Staten van Amerika die de wereld eens niet in een oorlog zal trekken, of die de gelijkheid van ‘zwarte Amerikanen’ zal waarborgen. Allemaal geloof in een utopie.

Nu weet ik niet of een utopie dan iets positiefs moet zijn of dat het gebruikt wordt in de cynische vorm, waarin ik het nu neerzet. Als we de oude Grieken moeten geloven, zou er iets zijn als een niet bestaande wereld waarin iedereen gelijk is. Dus, geloven in een utopie zou betekenen dat je niet gelooft dat er zo’n oord is. Of geloven in utopie zou hetzelfde zijn als geloven in een Aleppo zonder bombardementen. Of geloven in een wereld waarin er geen aanslagen gepleegd worden door geradicaliseerde mannen en vrouwen die geloven in niks meer dan hun eigen gelijk.

Een utopie is dan ook iets wat eigenlijk beter een tv programma kan worden, wat al meer dan 1000 dagen een handje vol mensen in een omheinde omgeving los laat gaan en waar een ander handje vol mensen dagelijks naar kijkt, met het bord op schoot. Omdat ze op de andere tv zenders niets naar hun gading vinden. Op die andere zenders wordt ook veel utopie uitgezonden op dat moment: journaal uitzendingen, waarin een minister zegt dat vrachtwagens door Brabantse dorpen mogen rijden (terwijl dat niet eens past), omdat ze in een ander Europees land een tolheffing hebben ingevoerd. Nederland is straks het enige land in de EU (ook zo’n utopie als het gaat om gelijkheid) dat dit nog niet doet.

Tja, ik geloof dat ik nog maar eens een boek van Jules Verne pak. Dan weet ik tenminste zeker dat het gaat om de hersenspinselen van iemand die ook daadwerkelijk vooruitziend was en waar wel waarheid in gescholen heeft. Liever dat dan de krant openslaan en politici, officieren van Justitie of televisiemakers horen vertellen dat het allemaal wel goed gaat komen.

Bonus malus vrije tijd

Bonus malus vrije tijd

Het nieuwe schooljaar is nog niet goed en wel begonnen of de eerste ziekmeldingen komen al weer binnen. Dat is vervelend voor de collega’s die het betreft. Die hebben er niet om gevraagd om ziek thuis te blijven. Het is ook vervelend voor de collega’s die daardoor extra werk moeten verzetten, terwijl hun plan van inzet al geen ruimte liet voor hun eigen werkzaamheden. Het krappe maatpak gaat direct al nog strakker zitten.

Er zijn vele tips om gezonde werknemers te behouden en vele ervan zijn eenvoudig te realiseren.Je kan bijvoorbeeld voorkomen dat je een “kantoorkont” krijgt door regelmatig op te staan en iets staande of lopende te gaan doen. Eenvoudig en doeltreffend. Ga je dan toch koffie halen, neem dan ook voor de collega’s mee. Dan ben je meteen voor de collega’s een break.

En natuurlijk doet iedereen aan een dieet, na de zomer, na nieuwjaar of gewoon altijd. Maar gezonde voeding is altijd belangrijk en gelukkig zien we ook de werkomgeving, op dat punt, steeds gezonder worden. Kortom: de omstandigheden zijn er voldoende om (in ieder geval in een school, zoals in mijn geval) gezonde regels in je leven te integreren. Doe je dat in de thuissituatie ook nog een beetje (beetje bewegen, redelijk gezond eten en drinken, niet roken, etc.) dan is een redelijk gezond leven je deel. En toch zijn collega’s (de een meer dan de ander, ook dat is een gegeven) geregeld (of is het regelmatig?) ziek thuis.

In het onderwijs  weten we, vanuit het behaviorisme, dat straffen weinig effect heeft op gedragsveranderingen, maar dat belonen een krachtiger instrument is. Het heeft dan ook weinig nut om zieke collega’s een straf op te leggen als ze langer of vaker ziek zijn. Tenslotte gaan we er van uit dat ze hun gezondheid ook liever top hadden gezien. Daargelaten dat er mensen zijn die bij het minste of geringste al thuis blijven, omdat ziek thuis nu eenmaal makkelijk gaat. Een ‘positive enforcement’ heeft echter meer effect, een positieve bekrachtiging van (gewenst) gedrag. Zo blijkt uit datzelfde behaviorisme.

Als belonen wel werkt, stel ik voor de verzekeraars te volgen. Ik ben geen sportfreak, geen dieetgoeroe en geniet van de geneugten des levens, maar heb wel een minimum aan ziektedagen. Afgelopen schooljaar weer eens exact nul. Door een beetje onderhoud te plegen, door niet te snel thuis te blijven en door een deel geluk, mogelijk.

Maar net als bij mijn auto, die ook door onderhoud en een redelijk goede rijstijl, probleemloos is en verzekerd: ik heb inmiddels een korting opgebouwd van 85% van de oorspronkelijke kosten voor de verzekering. Dat lijkt mij een aardig idee voor ‘gezonde werknemers’. Geef ze een bonus malus korting in de vorm van vrije tijd als ze gezond blijven. Als ze (langer, meer, beter) inzetbaar blijven. Daar is vast een formule (dat laat ik over aan de HRM medewerkers) voor te vinden, waarmee voorkomen wordt dat we binnen no time alleen maar gezonde werknemers hebben die nog maar 15% werktijd over hebben door hun gezonde gedrag. Maar voor elk half jaar zonder ziekmelding een extra vakantiedag of zo? Het hoeft niet veel te kosten, maar het kan wel net dat ene beetje motivatie geven aan de kwakkelaar en het is een schouderklopje voor de doorzetter.

Dan ga ik ondertussen vast genieten van de komende twee vrije dagen, ben alweer twee weken van vijf dagen werkzaam geweest zonder ziekmelding. Helaas is dat geen bijzondere positieve bekrachtiger, gewoon het weekend.

Ik wens iedereen een gezond schooljaar!

Teamwork

Teamwork

De zomervakantie is voorbij, het werken weer begonnen en toch nog een terugblik op de zomer(vakantie) in deze blog. En wel om parallellen te trekken, tussen onderwijs (waar deze blog site tenslotte voor bedoeld is) en de ervaringen van de afgelopen tijd. En die ervaringen zijn voor een deel gekleurd door de Olympische Spelen 2016. Voor de ‘chef de mission’ een teleurstellende, als het gaat om het bereiken van een groter aantal medailles dan vier jaar geleden. Voor de doorsnee Nederlander waren het mogelijk Spelen met een groot aantal mooie medailles, mooie sportmomenten en nachtelijke hoogtepunten.

Opvallend was het grote aantal teamsporten die het goed deden (ook een vierde plaats mag in dit geval gezien worden als ‘goed gedaan’) en het grote aantal vrouwen dat zorgde voor een medaille voor het “teamNL”.

Duidelijk werd mij wel dat teamwork kan leiden tot grootste prestaties. Individuele prestaties niet onderwaarderend, want ook die zijn fantastisch geweest. En die hebben weer hun positieve weerslag op de gehele delegatie van sporters. Elkaar helpen ook, getuige de atlete die een gevallen medesportster overeind hielp.

Daarmee kon ik, nadenkend over deze blog, de eerste parallel trekken met het onderwijs. Ook omdat ik dacht aan de start van het nieuwe schooljaar, deze week. Dat doen we niet met een vlaggenparade en vuurwerk, maar met een ontbijt en een inspirerend praatje van Erwin Witteveen (medeauteur van het boek “Nooit af”). Die start is gezamenlijk, waarbij de eerste mensen die je ziet die van je eigen team zijn. En dan mag je het komende jaar misschien wel weer fantastische lessen verzorgen, als individueel docent, maar punt bij paaltje komt het succes van de opleiding wel neer op de goede samenwerking in het team. Tenslotte kan je in de sport individueel uitblinken (of voortijdig de Spelen verlaten omdat je niet aan de regels van het team voldoet………..), maar je komt daar nooit als je niet door een team van mensen (trainer, ondersteuners, etc.) geholpen bent. Zo is dat ook voor de docenten. Ik kan mijn lessen nooit geven zonder dat ik daar het team op de een of andere manier bij nodig heb. Om af te stemmen, om te reflecteren, om samen ideeën te ontwikkelen en te innoveren. En daarbij denk ik ook aan al die ondersteuners in het onderwijs die van groot belang zijn.

Topsport of onderwijs, je kan individueel tot grote hoogte stijgen. Als student kan je uitblinken in diverse onderdelen, je kan meedoen met ‘Skillsmasters’ of cum laude diplomeren en als docent kan je verkozen worden tot ‘leraar van het jaar’. Maar niemand kan dat helemaal alleen. En daarmee is een vergelijking, voor mij duidelijk.

En tevreden zijn die sporters ook niet altijd: over vier jaar weer Spelen, in Tokio en dat zijn de volgende doelen van velen. Onze Nederlandse topatleet Martina haalde, in Rio geen medailleplaats, maar liep kort daarna wel een nieuw Nederlands record in Lausanne. Ook daar zag ik,  tijdens het luisteren naar Erwin Witteveen, ook een parallel met het onderwijs. Vorig jaar mocht jouw opleiding misschien op een prima plek staan in de MBO Keuzegids, maar dat wil een opleiding ook volgend jaar weer, of op een hogere plek. Daarmee is het ‘nooit af’.

Pain and glory

Pain and glory

Het klinkt gewoon net even beter in het Engels, maar het mag ook, want waar ik het over wil hebben is een internationaal evenement. De pijn is al maanden aanwezig, de glorie moet nog volgen. Waar het over gaat zal duidelijk zijn aan de hand van het bekende logo.

Walk_of_the_World_logo_liggend2

Sommige collega’s in het onderwijs kijken (al geruime tijd) uit naar het begin van de zomervakantie om rust te nemen, niets te doen. En onze collega’s in midden Nederland zijn vanaf vandaag ook daadwerkelijk vrij. Ik kijk ik uit naar hetzelfde begin. Maar dan omdat het ook de start inluidt van de Vierdaagse van Nijmegen. Of zoals in het Engels gesteld: The Walk of the World.

Deelname aan het grootste wandelevenement ter wereld was al jaren een ding. Ga ik het doen? Ga ik het toch maar niet doen? Voor mij eigenlijk een uitvlucht, gezien het feit dat al mijn zwagers het al gedaan hebben, een enkel ander familielid ook. En met een zwager die zeer nauw betrokken is bij de organisatie (bestuurslid van de stichting) is het eigenlijk alleen de vraag wanneer dan. En als er dan een 100e editie komt (dit jaar, hoewel de eerste mars al in 1909 gelopen werd) is het voor de hand liggend dat die het moet worden: de eerste keer.

Toen volgden nog meer keuzes: ga ik de 40 km lopen (dat mag, ik ben tenslotte 50 en dan mag je minder lopen) of toch maar 50 km? Of zelfs de unieke gelegenheid aangrijpen en de extra afstand van 55 km lopen? Ik hou wel van symboliek, dus ik koos voor 50 jaar, 50 km = 100e. Die werd het dan ook. En toen nog trainen. Vandaar de vaststelling dat de pijn er al veel eerder is dan de glorie. Dat laatste rest als een soort diploma voor alle inspanningen die geleverd worden gedurende het proces.

De vergelijking met het onderwijs lag al voor de hand, als docent. En zeker als ik komende week  diploma’s ga geven aan ‘mijn studenten’, die na drie jaar zwoegen hun waardering krijgen in de vorm van een belangrijk papiertje. Geen koninklijk goedgekeurde onderscheiding, als het beroemde ‘Vierdaagse kruisje’.

Goud

Hun diploma is zeker niet minder belangrijk en ook absoluut goed voor een gevoel van voldoening en trots. Voor mijn studenten (en ik ben trots op deze gediplomeerden), maar vrijdag 22 juli zal ik het voor mijzelf zijn. 200 km lopen in vier dagen tijd is op zich al een prestatie. Ook als je daar meer dan 900 oefenkilometers voor gelopen hebt (vanaf maart dit jaar). Zo gaat het ook bij de studenten: een laatste verslag, een laatste gesprek, een portfolio op orde maken en inleveren. Allemaal in die laatste weken. Maar er gingen wel drie jaar van hard studeren en stage aan vooraf. Redenen genoeg om trots op jezelf te zijn. En degenen waar je het tegelijk mee hebt gehaald. Die weten hoe het is: de glorie komt na de pijn.

Ik wens iedere gediplomeerde een mooie carrière toe of een voorspoedige vervolgopleiding. Voor alle (mede)wandelaars bij de 100e Vierdaagse van Nijmegen: heel veel wandelplezier!

Fijne vakantie.