Pareto analyse

Pareto analyse

Vandaag las ik dat ongeveer 86% van de Nederlanders zich zorgen maakt over de normen en waarden in Nederland (http://www.rtlnieuws.nl/nederland/politiek/kiezer-is-meest-bezorgd-over-normen-en-waarden). Nu verbaast me dat niet direct, ik zie zelf ook wel dat er zaken afglijden, alleen als weggebruiker met een verzekering van de ANWB (waar je extra korting krijgt als je je netjes gedraagt in het verkeer en ik heb na de eerste evaluatie geld terug gekregen).

Maar waar ik ook direct aan dacht: als er 86% zich zorgen maakt, maakt 14% zich daar geen zorgen over. Dat vertalend naar de Pareto analyse (https://nl.wikipedia.org/wiki/Pareto-principe), zou het ook kunnen betekenen dat die 14% de veroorzaker is van alle bedreigingen van onze Nederlandse normen en waarden. Tenslotte zou de analyse daarop passen: geen 20% die vo0r 80% van de problemen zorgt, maar slechts 14% die 86% zorgen laat maken. En dat maakt mij juist zorgen! Dat het overgrote deel van Nederland zich zo op de kop laat zitten door zo’n minderheid. En dat moet toch in je direct omgeving merkbaar zijn dan?

Sommige dingen kan je ook gewoon niets aan doen. Neem mijn eigen voorbeeld en dan ben ik absoluut geen engel, maar ook geen verkeershufter. Maar als ik mij keurig netjes aan de maximumsnelheid houd op een stuk weg met werkzaamheden (90 km voor de ‘brug bij Ewijk’ en ik word vervolgens stevig ingehaald door een auto van Rijkswaterstaat, die vervolgens zonder richting aangeven terugkomt op mijn baan, dan ben ik verbaasd over het gebrek aan gevoel voor normen. Ik som op: wegwerkzaamheden (mogelijk in opdracht van Rijkswaterstaat), maximumsnelheid en de norm dat je richting aangeeft bij veranderen van baan of rijrichting.

Lezers van mijn blogs weten dat ik geen pure azijnzeiker ben, maar ik moest dit even kwijt. En daarna wil ik ook meteen positief eindigen. Want verandering van die 86% kan gewoon van jezelf komen. Door eigen positiviteit. En dat kan beginnen door aan te sluiten bij een initiatief waar ik ook deze dag kennis mee maakte: laten weten waar je wél tevreden over bent. Check http://www.tevredenlander.nl maar eens en tweet eens met #tevredenlander. Toon daarmee eens aan welke normen en waarden herkenbaar wel nagestreefd worden. Hoeveel vrijwilligers werken er elke dag niet in de zorg? Of als klaarover? Of als mantelzorger? Er gaat ook heel veel goed. Laat daar maar eens die analyse op los. En samen zorgen dat die 14% iets anders gaat doen. Zich inzetten voor Nederland of zo.

Een fijne vakantie gewenst (die van mij begint vanmiddag) of sterkte (als je weer aan het werk moet).

 

Op weg naar……………

Op weg naar……………

Soms is het zo: “beter goed gejat, dan slecht bedacht”. En ik wil nu geen blog schrijven vol gejatte teksten (als ik tekst gebruik van een ander zal ik de bron vermelden), maar ik heb wel het idee gejat. En dat vind ik eigenlijk ook wel weer te zwaar aangezet, dat gejat, want ik weet niet eens of de oorspronkelijke ‘eigenaresse van het idee’ het zelf bedacht heeft, zodat zij eigenlijk gestolen waar heeft en ik in feite heler ben. Maar goed, waar het om gaat: ik ben begonnen met een traject dat moet gaan leiden tot promotieonderzoek vanaf 2018 en de weg er naartoe kan, in mijn ogen, wel eens inspiratie opleveren voor een blogreeks. Zo geschiedde.

Het is nu wel er voor waken dat dit niet een saaie reeks verhalen wordt die keer op keer over hetzelfde gaan. Ik moet echter wel bij het begin beginnen en dat is niet altijd feestelijk of groots. Zo ook onze start. Ik zeg onze, want ik doe het niet alleen. Ik ben deel van een groep mensen, van allerlei pluimage, maar allen op een of andere manier afkomstig uit het mbo. En dat kan variëren van docent (zoals ik) tot manager en zelfs gepensioneerd bestuurder (zal ik nooit worden).

Deze groep is samengekomen, alle zeventien, na een initiatief van de beroepsvereniging opleiders mbo (BVMBO) in samenwerking met het Expertise Centrum Beroepsonderwijs (ECBO). Dit samenwerkingsverband is compleet geworden in de relatie met de Hogeschool Utrecht (HU) en de Open Universiteit (OU). De 17 mbo medewerkers zijn gezamenlijk begonnen aan een reis van ruim een jaar, die de naam ‘pre-promotietraject’ heeft gekregen. In dat ruime jaar tracht men te komen tot een goed onderzoeksvoorstel voor promotieonderzoek binnen het mbo. Enkelen zullen een gooi doen naar de promotiebeurs voor leraren, anderen zullen t.z.t. een gooi doen naar andere vormen van subsidiëring van hun tijd.

Zelf ben ik zo’n docent die een poging wil wagen om een promotiebeurs te bemachtigen. Daar zijn in het mbo nog (te) weinig voorgangers in geweest. Een stevige boost van het aantal wetenschappelijke praktijkonderzoekers (zo mag ik mezelf graag gaan noemen zodra het onderzoeken begint) in het mbo is in mijn ogen dan ook gewenst. Om kennis te vergaren, te verdiepen en te verspreiden.

Vooralsnog is het traject een soort trein die zojuist vertrokken is, hij begint net te rollen en de laatste wagon heeft het perron achter zich gelaten. Aan boord de 17 toekomstige onderzoekers, een docent van de HU en een gepromoveerde medewerker van ECBO. Dit enthousiaste tweetal wordt elke keer aangevuld met een gast, een promovendus, een hoogleraar en later mogelijke promotoren. Een avontuurlijke reis met soms onbekende bestemmingen. Maar allemaal zijn we er aan begonnen als aan een snoepreisje. Voor mij voelt het als een spannende, boeiende reis. Ik voel me bijna net Harrie Potter die voor het eerst in de Zweinstein-express zit.

Ik heb mezelf een goede reis gewenst, heb mijn reisdoel bepaald (promotieonderzoek gaan doen), ik hoop onderweg veel te zien en te horen en boeiende mensen te ontmoeten. Aan boord is dat al prima in orde en de toekomstige medepassagiers en stations lijken mij meer dan de moeite waard. Ik hoop dat ik lezers mee kan nemen, langs de route tot Phd. Wellicht zijn er ook nog mensen die reisadviezen hebben. Die zijn dan bij deze uitgenodigd om bij mij aan boord te stappen en mee te reizen.

 

Visie op 2017

Visie op 2017

Tijdens een teambespreking, aan het begin van het nieuwe jaar wordt een belangrijke vraag gesteld: wat is onze visie? Het is toch erg, als je daar geen antwoord op kan geven! Toch is dat wat er vaak gebeurt. Dit komt natuurlijk niet alleen in onderwijsteams voor, maar ook in andere teams, in andere werkrelaties, andere bedrijven. Niet overal is het zo duidelijk wat de visie precies is. Maar dat is wel waar het dit jaar om zal gaan: wiens visie staat straks voorop en volgen wij? Voor Amerika is het (pijnlijk?) duidelijk geworden: de wereld zal moeten leven met de visie van Donald Trump. Voor Nederland is het nog een open vraag. Kijkend naar de ontwikkelingen van het afgelopen jaar is het bos van visies alleen maar groter geworden en wordt het moeilijk de boom te zien waarop de visie staat waar jij waarde aan hecht. In de Tweede Kamer (en de komende verkiezingen) zijn meer partijen (en wat daar voor moet doorgaan) en afsplitsingen dan ooit tevoren.

Wat visie betreft ben je dus, ook in het onderwijs, afhankelijk van vele factoren en vele partijen. Soms wordt die verwoord in beleidsstukken of komen er zelfs complete websites voor ‘in de lucht’. Hoewel dit een blog is van een mbo docent, toch even een uitstapje naar het PO en VO: onderwijs2032. Vanuit onderzoek in het basis en voortgezet onderwijs probeert men (OCW) een visie te vormen op het onderwijs richting 2032 (de periode waarin huidige startende leerlingen het gehele traject doorlopen hebben). Daar wordt veel tijd en energie (en ongetwijfeld ook veel geld) in gestoken. Het laatste bericht waar ik de hand op kon leggen, dateerde van januari. Wel 2016. Dus meer dan een jaar geen aanvullende resultaten van onderzoek, beleid, etc. Een visie die een jaar lang stil ligt, gaat veranderen, meanderen op de snel voortgaande ontwikkelingen in de maatschappij onder invloed van toenemende angst, geweld en zorg voor anderen.

Het zal de komende maanden  vragen opleveren, maar ook nieuwe inzichten in mogelijkheden, verschuivingen, teleurstellingen en hoopvolle uitspraken (en dat geeft weer voer voor een volgende blog). De komende maand zal veel duidelijk(er) worden over de visie van politieke partijen op onderwijs, zal er meer duidelijk worden over de richting waar we voor kiezen als we naar de stembus gaan. Onze persoonlijke visie, op zowel onderwijs als zorg en op de wereld in het geheel, zal daarbij bepalend zijn. Dus onze visie op het mbo (die kan je trouwens heel mooi kwijt bij de BVMBO [www.bvmbo.nl], als bijdrage aan het manifest en de toekomstbeeld van het mbo) zal voor een deel bepaald worden door onze collega’s. Door over visie in gesprek te gaan, kunnen we misschien een beetje sturen, zodat we niet het gevoel (blijven) hebben dat de beste stuurlui aan wal staan. Of dat we een op een stuurloos schip zitten, of op een eiland belanden.

Nu is het niet zo dat mbo Nederland een stuurloos schip is. Maar de baren waarop gevaren wordt zijn wel woelig. De invloeden zijn erg groot, net als het aantal opleidingen die jonge mensen kunnen gaan volgen. De veranderingen in de maatschappij en de industrie zijn snel en groot, daarmee de invloed op het onderwijs ook. De vraag naar aanpassen van het onderwijs op die veranderingen is dan ook groot. De flexibiliteit die dat vraagt van de onderwijsmedewerkers (docenten) zal groot moeten zijn. En de visie op de kwaliteit van het onderwijs wat door hen verzorgd wordt, zou nu vertaald moeten gaan worden, met de invoering van het lerarenregister in 2017.

Tot slot is daar nog de start van een initiatief van o.a. de beroepsvereniging om, dwars door al deze ontwikkelingen heen na te (blijven, gaan) denken over het onderwijs van nu en de toekomst. Een groep van 17 actieve en leergierige docenten is in januari 2017 gestart (inclusief ondergetekende) met een gezamenlijk traject richting het doen van promotieonderzoek in het middelbaar beroepsonderwijs (vanaf 2018). Daar zal ongetwijfeld veel gesproken gaan worden over visie. Mijn visie op 2017 is dan ook dat het een interessant jaar gaat worden.

Even rust in het mbo!

Even rust in het mbo!

Als je de afkorting mbo intikt in Google, krijg je in eerste instantie ruim 26 miljoen hits. Het is dus iets wat bekend is, het mbo. En niet in de laatste plaats vanwege alles wat er continu aan verandering onderhevig is, of waar commentaar op geleverd wordt. Natuurlijk, er zijn ook volop mooie momenten (docenten van het jaar, mbo uitblinkers, etc.) en grote discussies (wel of geen verplicht lerarenregister, met alle voor- en nadelen). Maar ook kleinere berichten, die meer voor de werkers in het mbo van belang zijn of in ieder geval stof doen opwaaien.

Zo werden we verrast door het bericht dat de overheid het mbo wilde ‘opzadelen’ met nog meer (naast Nederlands en rekenen) onderwijs dat in eerste instantie niet gericht is op de doelstellingen van het middelbaar beroeps onderwijs: opleiden voor een beroepsgericht diploma waarmee iemand toegang krijgt tot het maatschappelijk verkeer (lees: betaald werk) of het HBO. We moesten maar eens maatschappijleer gaan organiseren!

Nu herinner ik me nog goed dat we, enkele kwalificatiedossiers (binnen 15 jaar!) geleden, in het zorgonderwijs spraken van deelkwalificaties. Daarbinnen was ruimte voor twee bijzondere: de deelkwalificaties ‘Ontwikkelingen in de maatschappij’, deel 1 en deel 2 (misschien ken je ze nog: DK206 en DK307). Die zijn, door de veranderingen, verdwenen uit het onderwijs en later (terecht) vervangen (bij weer een nieuwe wijziging) door “Loopbaan en Burgerschap”. Geen idee waarom we nu ineens ‘Maatschappijleer’ zouden moeten toevoegen. We zijn dagelijks druk bezig om onze studenten te helpen te groeien tot volwaardige deelnemers aan de burgermaatschappij. Daar is geen extra maatschappijleer voor  nodig. En dan spreek ik me maar liever niet uit over Nederlands en rekenen. Dat werd wel goed gedaan in het tijdschrift van de vakbond UnieNFTO.

Dat had echter wel een iets andere insteek. Eentje waarvan in denk: waar zijn ze bij de overheid in godsnaam mee bezig? Eerst wordt het mbo gedwongen onderwijs te gaan verzorgen om de lacunes uit het voortgezet onderwijs aan te vullen (op te vullen) en vervolgens wordt het mogelijk om dan dat beroepsonderwijs met een diploma te verlaten zonder te voldoen aan die eerder gestelde eisen. Dan kan je dus minimaal zes jaar onderwijs (na het funderend onderwijs op de basisschool, wat dan samen minimaal 12 jaar maakt) volgen en dan het bedrijfsleven in gaan zonder voldoende kwalificatie op het gebied van Nederlands en rekenen. Nee, daar zitten ze op te wachten! Fijn voor de zorg, waar alles toch al krapper en ingewikkelder wordt en nog meer zal worden. Leuk, om bij te blijven met alle ontwikkelingen in de maatschappij, waarbij je als burger steeds meer zelf moet regelen en waar de techniek sneller ontwikkeld dan een kind van baby tot puber.

Ik denk dat het tijd wordt dat we gewoon eens een jaar of 10 doen met het mbo wat we het beste kunnen: beroepskrachten opleiden, samen met het afnemende werkveld. Waarbij we een kwalificatieniveau nastreven dat voldoet aan de eisen van het beroepenveld. En als je daar niet aan kan voldoen, dan kan de overheid zorgen voor passende maatregelen in de sociale sector. Maar gun het mbo eens een tijdje rust, even geen veranderingen, geen gedoe. Daar kunnen de politici misschien aan denken, als ze druk zijn om zieltjes te winnen voor maart 2017.

En niemand hoeft bang te zijn dat we stil staan in het mbo. We (docenten, besturen, studenten en bedrijfsleven) blijven continu bezig met samen onderwijs te ontwikkelen dat past bij de vraag van de maatschappij en de technologische ontwikkelingen. Daar hoeft de wereld buiten het mbo zich geen zorgen over te maken. Dus daar hoeft niet nog meer bemoeienis bij te komen die niet leidt tot verbetering van de onderwijskwaliteit of de mogelijkheden van de studenten. Gun het mbo eens wat rust.

Dekker’s draagvlak

Dekker’s draagvlak

Staatssecretaris Sander Dekker van Onderwijs (VVD) noemde de wet positief voor het onderwijs en verzekerde de Kamer dat er veel draagvlak onder leraren is om deze belangrijke stap te zetten.

De bovenstaande zin komt van de Onderwijscoöperatie, uit een nieuwsbericht. Nu wil ik met deze blog geen azijnpisser worden, maar het riep bij mij toch iets op. In het laatste half jaar heb ik diverse berichten langs zien komen vanuit bijvoorbeeld de Onderwijsraad, die stellig was in de mening dat het lerarenregister in zijn huidige staat geen goed instrument zou zijn. En van de werkgevers in het onderwijs, die zeer recentelijk nog bezwaar aantekenden tegen het lerarenregister. Blijkbaar allemaal terzijde gelegd.

Maar dat was het nog niet eens echt, wat mij intrigeerde. Dat was meer het deel van de zin: “veel draagvlak onder leraren”. Ik was direct benieuwd naar dat politieke gegeven: “wat is veel draagvlak?”. Een eerste zoektocht leidde naar de website van Datagraver. Daarop was te lezen dat er in Nederland zo’n 250.000 mensen werken in het onderwijs (dat deel dat in het Lerarenregister een plaats krijgt). Dat komt overeen met de cijfers die de gezamenlijke vakbonden aanhouden (volgens de website van de Onderwijscoöperatie). Volgens deze zelfde Onderwijscoöperatie zijn er momenteel 62.000 leraren, vrijwillig, ingeschreven in het Lerarenregister (in vier jaar tijd). Een eenvoudige rekensom leert me dat dit neerkomt op ongeveer een kwart van alle leraren.

Mijn volgende denkstap was: “Is een kwart van het totaal een voorbeeld van ‘veel draagvlak’?”. Ook dat was een kwestie van een zoekopdracht in Google en een van de eerste hits was een artikel uit de Volkskrant (onder onderwijspersoneel een niet onbekende krant). Daarin was in 2015 de uitslag te leven van een enquête van deze krant m.b.t. vluchtelingen. Uitkomst: “er is nauwelijks draagvlak voor meer vluchtelingen.” Dat baseerde de Volkskrant op het cijfer van 24%.

Kortom: Sander Dekker vindt dat 25% “veel draagvlak” is. Terwijl de Volkskrant 24% “nauwelijks draagvlak” noemt. Ik vraag me dan toch af hoe dat nou zit. Wie moet je in zo’n geval geloven? Een politicus, die in de aanloop naar de verkiezingen voelt dat er nog een succesje te boeken is, door er een wet doorheen te krijgen, waar de Volkskrant van zou zeggen dat het nauwelijks draagvlak heeft. Of de overige 75% van onze collega’s, die er blijkbaar in de afgelopen vier jaar (ondanks ‘alle campagne’ van de Onderwijscoöperatie) niet toe hebben besloten om het lerarenregister warm te omarmen, omdat ze het zo’n fantastisch uitgewerkt en betrouwbaar instrument vinden, waar de kwaliteit van het onderwijs zo onomstotelijk door geborgd is.

Eerlijkheidshalve zal ik meteen bekennen (en dat heb ik al eerder gedaan in de MBO krant) dat ik al direct, in 2012, ingeschreven stond. Omdat ik daarmee ook van binnenuit mee kon kijken. En ik ben positief over de gefaseerde invoering. Maar het blijft aan me knagen: als 75% niet vrijwillig mee doet, waar ligt dan de grens van de dwang? Zijn docenten dan vanaf 2017 wilsonbekwaam en niet langer in staat zelfstandig te beslissen over de instandhouding van hun beroepskwaliteit?

 

Utopia

Utopia

Door mijn blog deze titel mee te geven, maak ik meteen kans op meer hits op Google, zo besef ik me tijdens het typen. Zelf heb ik namelijk ook zo’n zoekopdracht ingevoerd, op zoek naar antwoorden. Ach, mocht het zo zijn, dan is dat mooi, maar ook dat zou wel eens een utopie kunnen zijn: een groot lezerspubliek.

Het is ook niet mijn streven, maar het woord Utopia noemde ik eerder in een bericht. Als snel opkomende reactie op de uitspraak van de hoofdofficier van Justitie, die beloofde dat de daders van de aanslag op de MH17 (hierna kom ik er nooit meer op terug, beloofd) gestraft zouden worden. En daarna kwamen in Nederland en Rusland de ambassadeurs van de respectievelijke landen bij elkaar op het spreekwoordelijke matje, om te vertellen hoe ze het niet eens waren met elkaars uitspraak. Denken dat de daders van deze massamoord ook hun straf zullen uitzitten, dan vind ik geloven in een utopie.

Maar zo zijn er vele voorbeelden, die dagelijks door de nieuwsberichten de wereld in geholpen worden. Treinen die op tijd gaan rijden en waarin iedereen kan zitten, bijvoorbeeld. En dat denken te kunnen verbeteren door het eigen personeel (van de NS, kantoorpersoneel wel te verstaan) buiten de spits te laten rijden. Of een president in de Verenigde Staten van Amerika die de wereld eens niet in een oorlog zal trekken, of die de gelijkheid van ‘zwarte Amerikanen’ zal waarborgen. Allemaal geloof in een utopie.

Nu weet ik niet of een utopie dan iets positiefs moet zijn of dat het gebruikt wordt in de cynische vorm, waarin ik het nu neerzet. Als we de oude Grieken moeten geloven, zou er iets zijn als een niet bestaande wereld waarin iedereen gelijk is. Dus, geloven in een utopie zou betekenen dat je niet gelooft dat er zo’n oord is. Of geloven in utopie zou hetzelfde zijn als geloven in een Aleppo zonder bombardementen. Of geloven in een wereld waarin er geen aanslagen gepleegd worden door geradicaliseerde mannen en vrouwen die geloven in niks meer dan hun eigen gelijk.

Een utopie is dan ook iets wat eigenlijk beter een tv programma kan worden, wat al meer dan 1000 dagen een handje vol mensen in een omheinde omgeving los laat gaan en waar een ander handje vol mensen dagelijks naar kijkt, met het bord op schoot. Omdat ze op de andere tv zenders niets naar hun gading vinden. Op die andere zenders wordt ook veel utopie uitgezonden op dat moment: journaal uitzendingen, waarin een minister zegt dat vrachtwagens door Brabantse dorpen mogen rijden (terwijl dat niet eens past), omdat ze in een ander Europees land een tolheffing hebben ingevoerd. Nederland is straks het enige land in de EU (ook zo’n utopie als het gaat om gelijkheid) dat dit nog niet doet.

Tja, ik geloof dat ik nog maar eens een boek van Jules Verne pak. Dan weet ik tenminste zeker dat het gaat om de hersenspinselen van iemand die ook daadwerkelijk vooruitziend was en waar wel waarheid in gescholen heeft. Liever dat dan de krant openslaan en politici, officieren van Justitie of televisiemakers horen vertellen dat het allemaal wel goed gaat komen.

Bonus malus vrije tijd

Bonus malus vrije tijd

Het nieuwe schooljaar is nog niet goed en wel begonnen of de eerste ziekmeldingen komen al weer binnen. Dat is vervelend voor de collega’s die het betreft. Die hebben er niet om gevraagd om ziek thuis te blijven. Het is ook vervelend voor de collega’s die daardoor extra werk moeten verzetten, terwijl hun plan van inzet al geen ruimte liet voor hun eigen werkzaamheden. Het krappe maatpak gaat direct al nog strakker zitten.

Er zijn vele tips om gezonde werknemers te behouden en vele ervan zijn eenvoudig te realiseren.Je kan bijvoorbeeld voorkomen dat je een “kantoorkont” krijgt door regelmatig op te staan en iets staande of lopende te gaan doen. Eenvoudig en doeltreffend. Ga je dan toch koffie halen, neem dan ook voor de collega’s mee. Dan ben je meteen voor de collega’s een break.

En natuurlijk doet iedereen aan een dieet, na de zomer, na nieuwjaar of gewoon altijd. Maar gezonde voeding is altijd belangrijk en gelukkig zien we ook de werkomgeving, op dat punt, steeds gezonder worden. Kortom: de omstandigheden zijn er voldoende om (in ieder geval in een school, zoals in mijn geval) gezonde regels in je leven te integreren. Doe je dat in de thuissituatie ook nog een beetje (beetje bewegen, redelijk gezond eten en drinken, niet roken, etc.) dan is een redelijk gezond leven je deel. En toch zijn collega’s (de een meer dan de ander, ook dat is een gegeven) geregeld (of is het regelmatig?) ziek thuis.

In het onderwijs  weten we, vanuit het behaviorisme, dat straffen weinig effect heeft op gedragsveranderingen, maar dat belonen een krachtiger instrument is. Het heeft dan ook weinig nut om zieke collega’s een straf op te leggen als ze langer of vaker ziek zijn. Tenslotte gaan we er van uit dat ze hun gezondheid ook liever top hadden gezien. Daargelaten dat er mensen zijn die bij het minste of geringste al thuis blijven, omdat ziek thuis nu eenmaal makkelijk gaat. Een ‘positive enforcement’ heeft echter meer effect, een positieve bekrachtiging van (gewenst) gedrag. Zo blijkt uit datzelfde behaviorisme.

Als belonen wel werkt, stel ik voor de verzekeraars te volgen. Ik ben geen sportfreak, geen dieetgoeroe en geniet van de geneugten des levens, maar heb wel een minimum aan ziektedagen. Afgelopen schooljaar weer eens exact nul. Door een beetje onderhoud te plegen, door niet te snel thuis te blijven en door een deel geluk, mogelijk.

Maar net als bij mijn auto, die ook door onderhoud en een redelijk goede rijstijl, probleemloos is en verzekerd: ik heb inmiddels een korting opgebouwd van 85% van de oorspronkelijke kosten voor de verzekering. Dat lijkt mij een aardig idee voor ‘gezonde werknemers’. Geef ze een bonus malus korting in de vorm van vrije tijd als ze gezond blijven. Als ze (langer, meer, beter) inzetbaar blijven. Daar is vast een formule (dat laat ik over aan de HRM medewerkers) voor te vinden, waarmee voorkomen wordt dat we binnen no time alleen maar gezonde werknemers hebben die nog maar 15% werktijd over hebben door hun gezonde gedrag. Maar voor elk half jaar zonder ziekmelding een extra vakantiedag of zo? Het hoeft niet veel te kosten, maar het kan wel net dat ene beetje motivatie geven aan de kwakkelaar en het is een schouderklopje voor de doorzetter.

Dan ga ik ondertussen vast genieten van de komende twee vrije dagen, ben alweer twee weken van vijf dagen werkzaam geweest zonder ziekmelding. Helaas is dat geen bijzondere positieve bekrachtiger, gewoon het weekend.

Ik wens iedereen een gezond schooljaar!