Zorgwekkend

Zorgwekkend

Bij het bekijken van een aflevering van het programma ‘De Zorgwaakhond’ (Omroep Max) werd ik geconfronteerd met een uitspraak van een bestuurder van een zorginstelling die er stellig van overtuigd was dat de zorg in ‘haar instelling’ goed verleend was. Echter, in de uitzending zijn beelden te zien van verzorgenden en/of verpleegkundigen die de mondzorg aan een dementerende oudere man ‘niet van belang’ vinden. Dit wordt hardop uitgesproken.

Die uitspraak staat haaks op wat wij (ons opleidingsteam) vinden passen bij het onderwijs dat wij verzorgen en de beroepscode die wij onze studenten bijbrengen. Dat brengt wel iets teweeg. Kan je zo’n uitzending nu gebruiken, als lesmateriaal over ‘hoe het  niet hoort’, of zijn dit bronnen die niet betrouwbaar genoeg zijn hiervoor? Het is echter niet het enige (schrijnende) geval van zorg en verwaarlozing van zorg, die behandeld worden. En als er zoveel voorbeelden zijn van de negatieve kant van de zorg, hoe houden we onze studenten dan positief? Ik vind het lastig.

Toch is het belangrijk, denk ik, om de werkelijkheid van het dagelijkse zorg verlenen in je onderwijs te verwerken. Niets is zo krachtig als de dagelijkse realiteit, om van te leren. En die is lang niet altijd plezierig. En dat geldt ook voor de verhalen die studenten meebrengen en waar we in de klas over praten. Of een bezoek aan een andere instelling dan je gewend bent. Of een bezoek aan een begraafplaats. Omdat de dood er ook deel van uitmaakt, van die realiteit.

Het brengt me weer terug bij die zorgwaakhond. En bij de dingen die niet goed gaan. Gelukkig zijn er veel meer voorbeelden die het anders maken. Prachtige verhalen van studenten. Of zoals mijn eigen ervaring, van afgelopen week. In een verpleeghuis, een groep cliënten die kennismaken met zorgtechnologie (vanuit ons eigen practoraat aangeboden). Mooie ontmoetingen in een ontspannen sfeer. Boeiende gesprekken, contact via fysieke aanraking met de handen. Prachtig en warm. Zo kan het ook.

Advertenties

Bijzonder onderwijs

Bijzonder onderwijs

Het mbo is en blijft bijzonder onderwijs. Dat is niet refererend aan jonge mensen met een afstand tot het reguliere onderwijsaanbod, maar doelt op de dingen die je mee kunt maken, als je een dag van een docent volgt.

Niet iedere dag is vol met bijzonderheden, maar elke dag is er wel iets, waarvan je denkt: dat kan toch alleen maar hier. En of dat waar is, dat laat ik hier in het midden omdat ik er niet over kan oordelen (wellicht komt het ook in het HBO voor, al verwacht ik het minder in het VO).

Vandaag was wel weer zo’n dag. Geen hele hoogdravende gebeurtenissen zoals we (helaas) soms in het nieuws horen, maar kleine bijzonderheden. Zo zat ik vandaag in gesprek met een student. Niets bijzonders, dat is een dagelijks terugkerend ritueel. Echter, deze student is zwanger. Onbedoeld en in eerste instantie ongewenst. Ze sprak me een tijdje geleden aan en vertelde dit. Als enige wist ik het op dat moment, als haar studieloopbaanbegeleider. En nog steeds. De lesgroep weet nog niet van niets. Tot op heden. En vandaag had ik dat gesprek. In gezelschap van een ‘social worker’. Een medewerker van een stichting die zich inzet voor de begeleiding en ondersteuning van jonge (alleenstaande) moeders. Over hoe we de student het beste kunnen begeleiden in haar opleiding (en stage) tijdens de zwangerschap. Een goed gesprek en een positief beeld voor de nabije toekomst.

En dan even later, ik loop door de gang en kijk een lokaal binnen. Staat daar gewoon een kinderwagen, vooraan bij de deur. Leeg. Want de baby gaat net ‘van hand tot hand’ in die lesgroep. Ik ken de groep niet, maar het is voor mij wel heel erg herkenbaar ineens. Mijn student zou zomaar, volgend schooljaar, zo de klas in kunnen komen lopen. En waar maak je dat nou mee?

In het mbo. Omdat daar vaker jonge vrouwen zwanger worden, werken voor de kost en inwoning (eigen huisje, werken naast de hele week school en stage). En waar ze het vaak niet makkelijk hebben.

Het is maar een klein voorbeeld van deze kant van het onderwijs verzorgen in het mbo. Zo zijn er tal van voorbeelden die je op een gewone vrijdag in het mbo tegen kan komen. Of elke andere dag op een ROC of AOC. En het zijn juist die aspecten die vorm geven aan ons beroep. En als ik dan het ‘Beroepsbeeld mbo-docent’ (zie: https://www.bvmbo.nl/2016_02_18/wp-content/uploads/2019/03/Maart-2019-Beroepsbeeld-MBO-docent.pdf) open en lees, dan is dat niet zo eenvoudig onder te brengen in een van de vier domeinen. Een uitstekend stuk werk van o.a. dé beroepsvereniging in het mbo (BVMBO), maar juist die laag erover heen, die laag van persoonlijke verhalen maken het mbo bijzonder onderwijs. Ik ben blij dat ik daar mag werken.

Hacken maar!

Hacken maar!

Vandaag start in Nijmegen een ongekend leuk fenomeen. Een hackathon. Deze vorm van omgaan met vraagstukken wint aan populariteit. Maar voor de leek even een uitleg: een hackathon is een praktische manier waarop gezocht wordt naar nieuwe manieren om bestaande oplossingen in te zetten. Meestal is de opzet van een hackathon als volgt: voor een bepaalde tijd (meestal 24 of 48 uur – korter kan natuurlijk ook) strijden een aantal groepen (ongeveer 5-10 personen per groep) om een zo creatief mogelijke oplossing te vinden voor een gegeven probleem.

En dat heeft niets te maken met het hacken van een computer of zo. Het gaat om echte vraagstukken. In dit geval uit het onderwijs. Want ik heb het hier over de Eduhackathon024. Een initiatief van mensen uit het onderwijsveld rond en in Nijmegen. Deze mensen kwamen al bijeen onder de vlag van MeetUp024, een initiatief van vrijwilligers uit het onderwijs. Voor meer info: https://meetup024.wordpress.com/.

Deze vrijdag starten we (ik zeg we, omdat ik in de organisatie zit en heel trots ben op wat we tot nu toe neerzetten), met onze hackathon. Daarmee sluiten we aan bij het initiatief EduhackathonNL, waarvan er ook twee starten in Rotterdam en Zwolle. Zie: https://eduhackathon.nl/.

Inschrijven kan niet meer, we zitten vol. Maar komen kijken en wellicht inspiratie opdoen, dat kan wel. In de bibliotheek Mariënburg in Nijmegen. En dat is ook zo’n fantastisch iets: een bieb die zich openstelt hiervoor. In het startweekend van de Boekenweek 2019! En we gaan daar ook slapen! Want we gaan 27 uur aan de slag. Van vrijdag 16.00 uur tot zaterdag 23.00 uur. En het dak gaat eraf! Met workshops, Zumba, Yoga, een DJ en een zangeres. Het wordt een groot feest. En dat gaat ongetwijfeld ook zo in Rotterdam en Zwolle.

Dus heb je een hart voor onderwijs en wil je geinspireerde mensen aan het werk zien om vraagstukken op te lossen uit het onderwijs? Op een creatieve wijze en met nieuwe invalshoeken (wij werken met ondernemers, designers, studenten en docenten)? Kom dan kijken! Je bent van harte welkom!

 

Nuancering

Nuancering

Ik plaatste onlangs een bericht op LinkedIn, dat eerder verscheen in dagblad De Gelderlander. Het was een interview in het kader van de onderwijsstaking van vrijdag 15 maart 2019. Dit interview werd gegeven op de donderdag ervoor en de basis van mijn woorden lag in een eerder verschenen blog/column. Ik gaf in het interview aan dat ik niet zou gaan staken en de redenen daarvoor lagen, ondermeer, in het ervaren (of juist niet) van werkdruk en het salaris (waarover ik geen klachten heb). En dat maakte wat los.

Even voor de statistieken (ik ken geen cijfers van het aantal lezers van het dagblad en het daarin opgenomen interview): mijn bijdrage van 15 maart is door velen bekeken (zie staatje) en leverde gemengde reacties op. En ik ben 660% meer bekeken (mijn profiel dan), dan de week ervoor.

Bijna 29.000 keer bekeken en 46 commentaren.

Op alle commentaren heb ik gereageerd (door een duimpje of met mijn mening). Maar daar bleef het niet bij. Via de afdeling Marketing & Communicatie van mijn werkgever kreeg ik het verzoek om voortaan en liefst vooraf, aan te geven wanneer ik (als werknemer) iets publiceer in de openbaarheid. En dat het wat genuanceerder mocht, tenslotte zijn er meerdere kanten aan de problemen in het onderwijs. En dat onderschrijf ik, hierbij. Ik nuanceer mijn mening. Niet omdat ik er niet achter sta, wat ik eerder schreef, maar omdat het interview niet de ruimte liet die je hebt als je zelf een artikel schrijft. En de nuance ligt ‘m er in dat er binnen het MBO (want dat is de enige sector waar ik voldoende van af weet om er iets over te zeggen) verschillen zijn tussen mijn werkplek en mijn werkdruk en die van anderen. Ik weet dat er opleidingen zijn die het veel drukker hebben. Of docenten die dat hebben. Of ervaren. En ik kan dan ook niet iets generaliseren als het gaat om werkdruk of grote klassen. Maar net zo goed is werkdruk geen collectief ervaren gegeven. Het is subjectief en een ieder gaat er mee om zoals hij/zij dat kan en doet. En als de druppel dan de emmer doet overlopen kan je inderdaad (zoals een van de reacties aangaf) te maken krijgen met collega’s met een burn-out.

De nuancering was iets wat ik nodig vond omdat ik commentaren kreeg die daarover gingen. Aan de andere kant………ik kreeg ook commentaren die mij loven om mijn woorden en die het onderstreepten. Ook uit het PO. En als ik dan vandaag hoor dat (volgens DUO) 56% van het onderwijsgevend personeel in het PO vindt dat de werkdruk verlaagd is door de genomen maatregelen (bron: https://www.nu.nl/binnenland/5797827/basisschooldocenten-merken-dat-werkdruk-in-klas-is-afgenomen.html), dan gaat het toch niet zo slecht als ik te horen kreeg in de commentaren. Al mocht ik het van een enkeling niet alleen maar over werkdruk hebben.

Op de website van het ministerie van OC&W las ik dat de werkdruk voor een groot deel veroorzaakt wordt door regeldruk. En dan denk ik aan mijn andere blog, die ik op WordPress publiceerde. Die over ‘paarse krokodillen’. Laten we die met z’n allen bestrijden, dan zou dat mogelijk de druk wat kunnen verlagen. En houden collega’s meer tijd over om die dingen te doen die ze echt belangrijk vinden. Onderwijs verzorgen aan de doelgroep waar ze voor staan. Zoals ik vrijdag 15 maart deed. Om te zorgen dat mijn studenten goed voorbereid in een werkveld (de zorg) terecht komen waar ze nooit (kunnen) staken. Een werkveld waar de werkdruk (naar mijn idee) nog veel hoger ligt, de uitval door burn-out nog veel meer voorkomt en waar het salaris om te janken is. Nuanceer dat maar eens!

 

Druk, druk, druk

Druk, druk, druk

Als je een blog of column schrijft (deze is ook te lezen in de MBO Krant van februari 2019), heb je de vrijheid om je eigen mening te geven en hoef je je niet (altijd, geheel) te conformeren aan de regels van een organisatie. Je hoeft je er ook niet volledig tegen te verzetten of een organisatie bewust in een kwaad daglicht te stellen (zoals wel eens gebeurt in de columns van grote en landelijke dagbladen). En dat ik mijn eigen mening kan delen scheelt wel in het geval van de staking, die gepland staat voor maart 2019.

Ik kreeg daar over te lezen in de MBO Today (https://mbo-today.nl/) en verbaasde me in eerste instantie. Het MBO zou deelnemen aan de stakingen! Nu ben ik geen lid van de AOB (meer), maar mijn eigen vakbond heeft me daar ook niet toe opgeroepen. En ik dacht eigenlijk meteen: hoezo? Ik zal de laatste zijn die je hoort klagen over de salarissen in het MBO onderwijs, maar kan en wil niet spreken voor anderen en al helemaal niet voor het basisonderwijs. Ik heb me er niet in verdiept (en ga het ook niet doen), maar er zou best een verschil kunnen zijn. Net zo goed als er een verschil is tussen MBO en het HBO (waarvan ik het verschil overigens klein vind).

De verbazing was ook omdat ik, in mijn eigen opleiding (Verzorgende IG, niveau 3, MBO) mensen (mede) klaar stoom voor een omgeving waarin ze zich ‘het snot voor de ogen werken’ tegen een salaris waar men in het onderwijs niet eens voor naar school zou rijden. En dan kan je zeggen dat het een salaris is, conform het opleidingsniveau, maar dat slaat maar deels ergens op natuurlijk. Het feit dat iemand meer cognitieve capaciteiten (en misschien andere genen) heeft, zodat ‘ie door kan studeren, wil niet zeggen dat iemand zoveel harder werkt en met meer ‘hart voor de zaak’.

En die studenten van ons komen terecht in een werkomgeving waar staken misschien best een goed middel zou kunnen zijn om de salarissen omhoog te krijgen en de enorme werkdruk naar beneden. Maar gebeurt dat? Nee! Gebeurt dat ‘op afspraak’? Nee! Gebeurt dat in alle geledingen (van de huiskamerassistent tot de hartchirurg in het ziekenhuis) van de zorg? Nee! Maar we worden wel opgeroepen om van basisschool tot universiteit te gaan staken. Omdat er ergens in het onderwijs dingen niet goed gaan met werkdruk en salaris.

Persoonlijk zou ik het niet eens over mijn hart kunnen verkrijgen om mijn werk neer te leggen, zodat ik een dag niet ‘mijn studenten’ kan ondersteunen bij het ontwikkelen van hun beroepsvaardigheden, terwijl zij terecht komen in een zware taak, zonder mogelijkheden van een staking. Maar misschien is het een idee om dat staken te doen in de zorg en onderwijs tegelijkBro. Een dag geen onderwijs, maar een dag werken in de zorg. Dan kunnen die verzorgenden en verpleegkundigen in de intramurale zorg een dag staken. Symbolisch, want de taken worden overgenomen. Dan zijn er twee stakingen die dag, maar gaat de zorg wel door. Een idee?

Paarse krokodil

Paarse krokodil

Ik weet het, geen pakkende titel, maar wel een bekend fenomeen tegenwoordig. En ik vind het een goed idee om het uit te dragen dat deze vorm van amfibie zou moeten uitsterven. Ik geloof niet dat ik hiermee het Wereld Natuurfonds op mijn dak ga krijgen, maar mogelijk krijgt het wat bijval.

Deze week werd ik geattendeerd op een ‘paarse krokodil bericht’ van een huisarts die het doorverwijzen van een patiënt op zo’n bureaucratische onzin vond lijken. Hij ging een stempel gebruiken. Van een paarse krokodil. Ik vond het hilarisch. Heb er direct een besteld. Voor degenen die nu al denken: dat wil ik ook. Nou, hier is het adres waar ik ‘m heb aangeschaft: https://www.liefhebberen.nl/

Terug naar het terugdringen van bureaucratie. Ik heb ook meteen besloten om een van mijn handtekeningen in Outlook (ik gebruik er nu totaal drie, een voor de dagelijkse gang van zaken, een als docent-onderzoeker en nu ook de krokodil voor overbodige mail) en ga het ook gebruiken onder, in mijn ogen overbodig bureaucratische, formulieren die ik moet ondertekenen.

En dan word ik vanochtend ineens geconfronteerd met de totaal andere kant ervan! Een student heeft het moeilijk (gehad), met onder andere zijn enorme faalangst voor examens in de beroepspraktijk. Gesprekken en afspraken verder krijg ik een mail van zijn begeleider: ze hebben hem een week vakantie gegeven om op kracht te komen. Hij kan zijn stage verlengen en ze hebben hem op een andere, nieuwe afdeling gekoppeld aan een nieuwe begeleider. Allemaal om zijn kansen te vergroten, om  hem sterker te maken voor het werkveld. En dat allemaal gewoon zo. Geen bureaucratische onzin van formulieren en moeilijke afspraken. Maar gewoon zonder die paarse krokodil. Het kan dus best!

En dat kan op veel plaatsen en manieren ook. Er is ruimte in de regels, het hoeft niet allemaal dichtgetimmerd met bureaucratische rompslomp. Want anders krijg je een reactie zoals een student deze week gaf: “docenten en teams moeten er gewoon iemand bijkrijgen die voor hun die enorme berg administratie doen, zodat zij toekomen aan wat ze moeten doen, namelijk ons begeleiden in ons leerproces”. Dat was een mooie reactie, tijdens een focusgesprek met o.a. een aantal teamleiders en docenten. Van twee ROC’s en verschillende opleidingen. Zo verspreidt je dus ook een boodschap. Niet alleen door het schrijven van een blog, in de hoop dat iemand het leest en aan de haal gaat met dat vervloekte beest. Weg met de paarse krokodil!

De kracht van de werkelijkheid

De kracht van de werkelijkheid

Toen de titel getypt werd, was al wel duidelijk wat de inhoud zou gaan worden, maar toch kwam ‘ie erg filosofisch over. En dat dekt niet persé de inhoud. Die gaat namelijk niet over filosofische beschouwingen over de werkelijkheid. Dus geen overdenkingen als die van Plato, geen overpeinzingen over een waarneembare en ideële werkelijkheid. Nee, de werkelijkheid die gepresenteerd werd aan mijn studenten.

Die is krachtig, als middel om het werk te leren kennen waar ze voor studeren. Die is krachtig om hen te laten zien wat er ‘nog meer te halen is uit het leven’. En dat dankzij een opdracht die ze meenamen tijdens een bezoek aan de praktijk van de zorgverlening aan mensen met Niet Aangeboren Hersenletsel (NAH).

In deze blog wil ik ook ‘mijn gastdocent’, Gijs van den Brink, (nogmaals) bedanken voor zijn bijdrage aan het leveren van deze krachtige werkelijkheid. Gijs heeft namelijk NAH en is cliënt van een grote zorgorganisatie en woont sinds enkele jaren op Het Dorp (in Arnhem). Daar woont hij, maar werkt hij ook in allerlei rollen, taken en functies. Met studenten bezoek ik Gijs.

De studenten krijgen de opdracht om, vooraf, vragen op te stellen die ze zouden willen vragen aan Gijs. Vragen die gerelateerd zijn aan NAH en aan de Vier Domeinen van Verantwoorde Zorg (voor de lezers die niet uit de zorg komen, dat is een model om op methodische wijze gegevens te verzamelen over een persoon en diens leven). Op zich is dat al lastig voor de (tweede leerjaar, Verzorgende IG) studenten. Maar dan moeten ze die vragen ook nog echt gaan stellen aan een persoon met NAH, zijnde Gijs.

En dan komt de kracht van de werkelijkheid tot volle wasdom: dan stappen ze in de wereld van iemand met NAH. Letterlijk, want ze bezoeken zijn woonomgeving. Maken hem mee in de omgeving waarin hij zich veilig voelt en waar hij ‘thuis is’. Ze spreken en zien hem in zijn eigen appartement. In zijn werkelijkheid. De werkelijkheid van iemand die andere mogelijkheden heeft als zij zelf. Maar die tot een aantal jaren geleden dezelfde mogelijkheden had (misschien iets meer, Gijs is hoog opgeleid), maar die door zijn hersenbloeding mogelijkheden heeft ingeleverd (zoals staan, lopen, etc.).

En dan krijg je verslagen onder ogen met opmerkingen als: “Ik vind dit een geweldige ervaring”, “Ik vond het erg leerzaam!” en “Ik heb het gesprek met Gijs als heel indrukwekkend en leuk ervaren”.

En dat is krachtig. Het drukt jonge studenten met de neus op de feiten. Ze leren hoe iemand omgaat met verlies, met beperkingen in het bestaan. Maar ze leren ook hoe het is om te ‘leren met vallen en opstaan’. Hoe het leven anders kan lopen en hoe je er toch alles uit probeert te halen. Een levensles, naast opdoen van kennis en het communiceren met iemand die lichamelijke beperkingen heeft. Power!